Kapers

BARBARIJSE ZEEROVERS

Het woord Barbary of Barbarijn stamt af van het aanduiding 'barbaar' die een Grieks-Romeinse oorsprong heeft. Het kwam weer in gebruik nadat vanaf de 16de de Middellandse Zee constant geplaagd werd door moslimpiraten en kapers.

Barbarijse piraten kaapten regelmatig Europese schepen en ontvoerden vervolgens de bemanningsleden. In veel gevallen werden zij in Noord-Afrika gevangen gezet en op markten als slaaf verkocht. Meestal in Algiers, want dat was destijds de meest welvarende stad in de regio. In deze stad belandden alleen al in de periode 1520-1660 zo'n 420.000 Europeanen, die door Barbarijse piraten tot slaaf waren gemaakt. Slaven werden over het algemeen niet zomaar bevrijd, behalve als er losgeld was betaald. Hoe rijker of machtiger de gevangene was, des te meer losgeld moest er worden betaald. Kleine koopvaardij- en vissersschepen waren het voornaamste doelwit van de Barbarijse zeerovers, omdat deze niet beschikten over kanonnen en soldaten, in tegenstelling tot de grote vaartuigen van bijvoorbeeld de VOC en WIC.

De mensen, vaak christenen, die bij deze acties gevangen werden genomen verkochten de zeerovers op Noord-Afrikaanse slavenmarkten. Ook westerse zeerovers verkochten hun gevangenen vaak in de islamitische havens. Hoewel de Barbarijse slaven in de moderne slavernijdiscussie onderbelicht zijn gebleven, ging het niet om een marginaal verschijnsel. Hun aantal door de eeuwen heen wordt soms op 1 à 1,25 miljoen geschat. Deze cijfers hebben uitsluitend betrekking op de gebieden rond Algiers, Tunis en Tripoli, de cijfers voor Marokko en Egypte moeten er nog bij worden opgeteld.

De aanvallen op West-Europa gingen nog jaren door: de hele 17e en 18e eeuw waren Engelse, Nederlandse, Spaanse en Franse eskaders actief om het gevaar te bedwingen. Maar de piraten wisten handig gebruik te maken van de onderlinge rivaliteit van de westerse zeevaartnaties en wisten van het ene land bescherming en afkoopgeld te krijgen terwijl ze andere rustig konden overvallen. Geleidelijk aan werden echter steeds meer piratenschepen door Europese oorlogsschepen tot zinken gebracht en hun havens gebombardeerd.

TEXELAARS ALS SLAAF IN ALGIERS

Weinig is hierover bekend uit oude tijden. Doopboeken en akten uit die tijd zijn niet bewaard. In de akten van notaris Francois van der Merck staat:

2 18-12-1692 Alle Burgemeesters Contra borgen ten behoeve van Leendert Jansz Timmerman makelaer tot Amsterdam en dat voor soodanigh ter somme van 1180.- of soo veel meer of min als geteekent staet bij diversche persoonen in seecker Roex belooft te geven tot Lossinge van Corn: Arisz Baes geboortig van den Burgh- als slaef gevangen tot Algiers-

18 11-7-1693 Dirk Aldertsz Koorn en Simon Aldertsz Koorn, woonende beijde inde Everste Koogh- welcke verclaerde haer selven te stellen tot Contra Borgen ten behoeven van Leendert Jans Timmermans, makelaers tot Amsterdam- en dat voor 1100.- ofte soo veel meer of min als ingeschreven of geteekent staet in x bij diverse persoonen belooft te geven tot Lossing van Teunis Aldertszoon geboortig van den BG en tegenwoordigh tot Algiers als slaef gevangen, voor welcken pen: den voorn: Leendert Jansz Timmermans hem Borge heeft gestelt of aengenomen, die te verschieten, of anders te besorgen dat deselve ter fine voors: en daer des behoort werden betaelt-

Blijkbaar was het mogelijk via tussenpersonen de slaaf terug te kopen. Dat lukte lang niet altijd. Zoals het geval van Pieter Jansz uit Workum, die raakte in 1694 in slavernij. Zijn moeder verzamelde geld om hem los te kopen, maar ondanks grote steun lukte dat niet. In 1696 ging het mis. Jansen was 'Moorsch geworden,' zo verklaarde men. Het is niet duidelijk of deze bekering vrijwillig was, of dat deze onder dwang plaatsvond. De inzamelingsactie voor Jansen werd in 1697 gestaakt.

Cornelis Arisz Baes en Teunis Aldertsz Koorn zijn te lang geleden geboren om in de genealogische bronnen terug te vinden. Of ze nakomelingen hebben is niet te achterhalen, ook niet of ze weer op Texel zijn weergekeerd.

Misschien was Aldert Teunisz Koorn x 1714 Marritje Jacobs een zoon van Teunis Aldertsz.

Een Texelse jongen die in 1742 slaaf was geworden kwam wel terug.

Notaris Maarten Brouwer

1-10-1742 Ds J Slocker representerende diakonie der gereformeerde kerke aan den Hoorn, de Burgemeester Cornelis Kroon, de weesmeesters Jan Jansz Schelvis, Cornelis Turk en Gerrit Jansz Backer, aan den Hoorn-

Alsoo de zoon van Gerrit Isbrants Groot en Martie Gerrits, genaamd Isbrant Gerrits Groot, oud omtrent 14 Jaren, gevaren hebbende met Cornelis Hertisz Swart, voerende het schip de Neptunus, in de maand Julij 1742 door een kaper van Tanger en te Tanger opgebragt, en aldaar voor jegenswoordig in slavernie is sittende- sij comparanten uijt mededoogendheijd en liefde alles willende aanwenden wat tot lossinge van 't gemelde kind konnen te wege brengen-

Soo is het dat sij comp: haar selven vrijwillig stellen Borgen voor alle sodanige penn: als to volkomen lossinge van het gemelde kind uijt de slavernije tot in Holland toe mogte werden betaalt en te koste gelegt, met de costen daar op te vallen des noods te voldoen, onder verband van haar personen en goederen-

Gerrit IJsbrandsz Groot (1700-17xx) en Martje Gerrits (17xx-1776) hun dochter Martje trouwde met Cornelis Pietersz Swart. Zij had 3 zussen en 1 broer, IJsbrand (1727-17xx). IJsbrand trouwde in 1752 met Jantje Jacobs (1732-17xx) dochter Martje (1753-17xx)

Uit Den Hoorn Gereformeerde gemeente Huwelijksregister 1686-1817
Den 16 September 1754:
Sijn ingeschreven de huwelijkse geboden van Isbrand Gerredse Groot jongman ende Jantje Jacobs jongedogter beijde van Den Hoorn en daar wonende met consent van de wederzijdse moeders getuijge ik K. Daalder coster Actens Pro Deo getrout den 1 October 1752 door do. Joh. Cramer

Dagboek Jakob Huizinga, leeraar der Mennonieten op Texel

14 Juny 1854. Met Lodeezen (ook Dirk en Samuel) naar de Hors om de executiën met 't kanon bij te wonen. Aldaar de Overste Engelberts en de Minister van Marine Enslie, die vriendelijk met ons sprak en welligt niet weinig verwonderd was dat 2 Doopsgezinde predikanten daar kwamen om de exercitie met het kanon bij te wonen.

Voorts waren daar de Schout bij Nacht Bouwoiring en meer anderen. Wij zagen daar de allereeste proefnemingen met de Bourbon-granaat, zijnde 80- en 60-ponders, afgeschoten op een oud wrak 750 ellen van de stukken verwijderd, waarvan elke granaat 15 en 14 gulden kostte. Het geheim dier granaten heeft aan het land 120.000 gulden gekost. Of de proeven voldeeden vernamen wij niet. Slechts weinige granaten zagen wij in het schip vallen, de meeste gingen te ver of niet ver genoeg, een enkele ook ter zijde.

De Minister Enslie moet eenmaal, zoo Lodeezen zeide, nog slaaf in Algiers geweest zijn (ik zag, dat 't middenschot van zijn neus doorboord was). Hij vroeg toen wij daar aankwamen stappen (de Schout bij Nacht had ons eerst willen doen wegzenden) of wij kwamen om hem aan te manen de oorlogswapenen te laten rusten, dan of wij welligt na eigen aanschouwing op den volgenden zondag tegen 't verderf des Oorlogs wilden preeken, hetgeen een gesprek tengevolge had hoofdzakelijk daartoe leidende, dat de opmerking hoe men de oorlogswapenen hoe langer zoo meer vernielend maakte in zooverre aangenaam was, als het de strekking had om het oorlog voeren ten laatste geheel onmogelijk te maken.

In het boek Drie keer verkocht in een vreemd land beschrijft Joosse het lot van Nederlandse zeelieden die door de kapers van Barbarije - grofweg het huidige Libië, Tunesië, Algerije en Marokko - werden gevangengenomen, verhandeld en tewerkgesteld. De lucratieve handel in het Middellandse Zeegebied was uiterst riskant, want de kapers in dit gebied maakten heel wat schepen buit. Soms werden de zeelieden vastgehouden voor losgeld, waarbij ze dikwijls werden verminkt om extra druk te zetten. Anderen werden verkocht aan landeigenaren of aan het werk gezet op de galeien van de kapers of in de steengroeven. Scheepsjongens of jonge matrozen werden niet zelden besneden en misbruikt als schandknapen.

Vaak is gedaan alsof dit allemaal meeviel, in de veronderstelling dat gijzelaars die losgeld moesten opbrengen werden ontzien, de meesten niet lang slaaf bleven en velen op zeker moment weer naar huis mochten - iets wat bij de zwarte slaven in Amerika nooit voorkwam. Maar Joosse toont dat minder dan een derde terugkeerde en dat het lot van de 'christenslaven' allerminst benijdenswaardig was. Een deel bekeerde zich tot de islam en ging op in de lokale samenleving, maar anderen stierven in gevangenschap. In totaal ging het in de zeventiende en achttiende eeuw om 15.000 Nederlandse zeelieden.

Joosse baseert zich op grondig onderzoek, maar schrijft wat moeizaam. Niettemin levert hij een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van de Nederlandse overzeese handel en de slavernij. Dit niet om de trans-Atlantische slavenhandel te bagatelliseren, maar om te laten zien dat slavernij een wijdverbreid fenomeen was.

Francois van der Merct 24 11-10-1693 Johannes Claesz tot Amsterdam 32, Arijen Mighielsz Bouwen, BG, 24, en Gerrit Jansz, BG, 19, Willem Cornelisz 19, dewelke te samen verclaeren met ware woorden ten versoeke van Dirck Dircksz koopman of Reeder tot Ilp in Noort Hollandt- dat sij in meij van Texel sijn uijtgevaren naer Groenlant met het schip genaemt 't Wapen van Amsterdam waer op was Commandeur Cors: Sorgdrager van Buijcksloot, en aldaer in Groenlant onder de Vlare houck, den 6-8-1693 omtrent 3 uijren voor 't attaqueren der fransche kapers, hebben vast gemaeckt aen een wurgancker met een dubbelde lijn en rijcbiesz bodt alles sufficant seeckere walvis, welcke vis sij genootsaeckt waren voor die tijt te verlaten alleen uijt reden van voorsz: attaque der kapers, sullende andersints de selve seecker x of naer alte apparentie andermael weder meester sijn geworden-

Francois van der Merct 25 13-10-1693 Augustijn Denijs Perreta Pag passagier, woonende tot Lissabon in Poortugael, 55, en Moses Moeljot [Moijze Mouliot], stuurman op het schip genaemt de St. Antone, 29 jaren, verclaeren bij ware woorden ten versoeke van Manuel Forren de Zantes, Cap van het schip de Konession de St. Antone- dat op 3-8-1693 op de hoogte van 49 graden 38 minuten ten suijden en noorden van xorles uijt het schip door een fransche kaper is genomen een pijp Portugeesche Brandewijn, sonder daer voor ijets te hebben betaelt-




Terug naar de vorige bladzij