Witte Kees en Frans
Kees had weinig, Frans veel. Kees 1 vrouw, met 4 kinderen. Frans 3
vrouwen, met 12 kinderen, wegens overlijden van de echtgenotes. Frans
had veel schulden, Kees niet.
In de notarisakten staat hoe dat zat.
Hub ouders Michiel Fransz Witte (1732-1786) en Antje Dirks Dijt (1732-1789)
trouwden in 1757. Zij hadden als kinderen: Franciscus (1758), Petronella
(1759), Cornelisje (1761), Frans (1769), Pietertje (1772) Cornelis
(1773-1815) en Frans (1774-1842)
Michiel was kapitein: Op het scheepslog van de 'Vrouwe Antonia' staat
Michiel Witte (scheepslog 13 feb 1753) als kapitein.
Hij werd genoemd in een notariële akte (aanvaring tijdens een storm in
Oudeschild) op 11 april 1765 als Michiel de Witte; kapitein op de barkentijn
'Vrouwe Antonia'.
Machtiging bij afwezigheid:
Notaris Jan Star
N 41 Op heden den 22-12-1767, compareerde voor mij Jan Star, Not: publ: bij
den Hove van Holland geadmitteerd ter stede en Eijlande Texel residerende,
in presentie van de nagenoemde getuijgen
Capiteijn Michiel Witte, woonachtig aan den Hoorn, dewelke verklaarde te
authoriseren en magtig te maken zijn Huijsvrouw Antje Dirks Dijt, generalijk
om ten allen tijd, alomme en in alle saaken en gelegenheden zijn Comparants
en haar eijgen Persoon te representeren, zijn en haar regt en intrest waar
te nemen, en goederen na welgevallen te administreren; bijsonderlijk bij
sterfgevallen, en opkomende Erfenissen, of makingen van waar die ook aan den
Comparant of aan haar geconstitueerde reets aangekomen mogte zijn of nog
zellen aankomen;
Sodanige Erfenissen of makingen respective simpel of anders te aanvaarden of
te repudieren, en ingevalle van mede Erfgenamen in alles te concurreren tot
redding verkooping en verdeelinge des boedels so al na omstandigheden
vereijscht zal worden;
Vervolgens zijn of haar Erfportie of legaat over te nemen of ontfangen, en
daar voor na behooren te quitteren.-
Wijders om van een iegelijk zijn Comparants presente of toekomende
debiteuren te mogen vorderen en ontfangen al sodanig goed of geld als hem
van deselve zal competeren, daar voor mede te quitteren en voor namaninge in
te staan; alle vereijschte betalingen te doen, penningen te mogen
negotieren, en daar voor sodanige goederen en Effecten te verbinden en
affecteren als zij geconstitueerde zal komen goed te vinden.-
[En nog anderhalve bladzijde]
De zonen:
Cornelis Michielsz Witte (1773 Amsterdam 1815 den Burg
Hij is overleden op
31 juli 1815
in
Den Burg (Texel)
, hij was toen 42 jaar oud.
Bij zijn overlijden iwa hij 44 jaar! Hij is overleden in huis nr. 285 om
21.00u; aangifte overlijden op 1 aug 1815 door Frans Witte, 41 jaar, boer,
broeder van de overledene en Reijert Kikkert, 55 jaar, eilandsbode
Hij was getrouwd met
Antje Aries Graaf
.
Zij zijn op 7 januari 1801 te
Texel
in ondertrouw gegaan. Uit het register impost op trouwen Texel in het
Rijksarchief Haarlem:
7-1-1801 Cornelis Witte, jongman, met Antje Aris Graaf, jongedochter
Beijde aan De Burg en beijde in de derde classe F12,--
1e gebod op 8 januarij 2e gebod op 15 januarij 3e gebod op 22 januarij
Den 23en op den Raadhuijze getrouwd mij present
W. Roman S.
[Bron: Peter Witte]
Ze zijn in de kerk getrouwd op
23 januari 1801
te
Den Burg (Texel)
, hij was toen 27 jaar oud. Het huwelijk is rk voltrokken
Kinderen Antje (1801-1834), Michiel (1803-1811), Arie (1805-1867) en Jacob
(1808-1885)
Vader Graaf had nog geld tegoed:
Notaris Jan Star 1811
31: procuratie ad negotia 23-5-1811 Pieter Ariensz Graaf, meerderjarig
jongman, schoenmaker, ende Cornelis Witte, mede schoenmaker, benevens zijn
huijsvrouw Antje Ariens Graaf, en zijnde de voornoemde Pieter en Antje,
benevens hunne 2 broeders Simon en Cornelis te samen de eenige kinderen en
Erfgenamen ab intestato van derzelver ouders Arien Graaf en Jantje Simons
[machtigden Simon Graaf om gage die hun vader nog te goed is] welke in den
Jaare 1802 als 1e stuurman op 's Lands schip van Oorlog Kenau Hasselaar,
gecommandeerd eerst door Capiteijn Busman en daarna door Capiteijn Everts,
uijt Texel is uijtgevaren.
Frans Michielsz Witte
Beroep: kajuiter op de Triton (1788); boer ('Driehuizen') (1815, 1820-1830,
1837, 1840, 1842); boerenbedrijf (1818); landbouwer (1821-1822, 1824, 1826,
1830).
Geboren in den Hoorn, maar gedoopt in Amsterdam. Dat is onwaarschijnlijk bij
een RK familie, waar het kind zo snel mogelijk gedoopt moet worden.
Hij werd gedoopt op
14 maart 1774
in de rk kerk De Posthoorn in Amsterdam, door Pastoor Wilhelmus Reinerus
Boom; doopgetuigen: Grietje Dirks en Jan Fransz Witte (1735-1803), oom van
vaderszijde.
Hij is overleden om 01.00u; aangifte overl op 2 mei 1842 door Jacob Dijt, 42
jaar, boer, schoonzoon van de overledene, wonende in Ongeren en Michiel
Witte, 35 jaar, boer, zoon van de overledene, wonende in De Westen
Gezin van Frans Michielsz Witte
(1) Hij is getrouwd met
Martje Gerrits Dijt
.
Zij zijn op 17 februari 1797 te
Texel
in ondertrouw gegaan.
Voor beijde in de 3e classe f 12,00 impost
Ze zijn in de kerk getrouwd op
24 februari 1797
te
Texel
.
Kinderen:
-
Antje Frans Witte
1797-1797
-
Antje Frans Witte
1799-1829
-
Gerrit Witte
1800-1809
-
Martje Witte
1803-1862
-
Cornelis Witte
1807-1807
-
Michiel Witte
1807-1856
(2)
Hij is getrouwd met
Martje Aries Dekker
.
Zij zijn op 24 september 1815 te
Den Burg (Texel)
in ondertrouw gegaan.
op
8 oktober 1815
te
Den Burg (Texel)
.
Getuigen bij het huwelijk: Jan Gerritsz Spigt (geb ±1762); Jacob Schraag
(1763-1826), neef van moederszijde van de bruidegom; Cornelis Dijt (geb.
±1776) en Jacob Verberne (geb ±1785)
(3)
Hij is getrouwd met
Neeltje Simons Ratelaar
.
Zij zijn op 8 november 1818 te
Den Burg (Texel)
in ondertrouw gegaan, getrouwd op
21 november 1818
te
Den Burg (Texel)
.
Getuigen bij het huwelijk: Arie Jansz Dekker (geb. ±1760); Jan Gerritsz
Spigt (geb. ±1762); Reijer Dijker (geb. ±1790) en Lammert Jansz Stam (geb.
1796)
Ze zijn in de kerk getrouwd op
22 november 1818
te
Den Burg (Texel)
.
Kind(eren):
-
Cornelisje Witte
1820-1842
-
Cornelis Witte
1821-1824
-
Jantje Witte
1822-1824
-
Martje Witte
1824-1826
-
Jan Witte
1826-1855
-
Antje Witte
1830-1883
6 kinderen werden volwassen, 4 hadden nakomelingen.
Peter Witte over Michiel Fransz Witte (1732-1786)
Michiel Witte, ook wel Maghiel Witte of Michiel de Wit genoemd, is mijn
voorvader (ik ga dan 7 generaties terug, hij is mijn oudovergrootvader) en
met dit document tracht ik duidelijkheid te verkrijgen over de inbeslagname
van zijn schip door de Engelsen in 1781.
Michiel Witte is rond 1732 geboren en werd gedoopt op 14 februari 17322te
Den Hoorn als oudste zoon van Frans Franszn. Witte (ook wel Watté genaamd)
en Pietertje Sieuwerts. Kuijper. Van zijn vader Frans is alleen bekend dat
hij rond 1700 geboren is en niet van Texel afkomstig was.
Frans was grootschipper van beroep, hij voer onder meer van Amsterdam naar
Berbice3(Heden Brits Guyana), een Nederlandse kolonie welke in de
17e eeuw gesticht werd door de Zeeuwen, maar hij voer ook op de Middellandse
Zee (de Straatvaart4). In de registers van de Levantse
handel5zijn gegevens gevonden over zijn reizen in de Middellandse
Zee. Frans was onder meer schipper op de Don Pedro en vervolgens schipper op
de "Boomhouder Galeij". Op 25 december 1752 leed hij met zijn schip de
"Boomhouder Galeij" schipbreuk voor de kust van South Foreland, twaalf man
overleefde de schipbreuk, Frans behoorde niet bij de overlevenden. Frans en
Pietertje hadden samen 2 zonen, Michiel en Jan.
Michiel trouwde op 4 mei 1757 op 25-jarige leeftijd met Antje Dijt en trad
in de voetsporen van zijn vader hij was schipper op de "Vrouwe Maria
Antonia6", een 3 mast hoeker. Een onderzoek in notariële
archieven leert dat dit schip meerdere benamingen heeft gehad, een
Barkentijnschip (tijdens een aanvaring bij een storm in de haven van
Oudeschild in 1765), een fluitschip maar verder in de archieven naar voren
komt als een 3 mast hoeker.
Voor zover ik heb kunnen traceren is Michiel de schipper op de "Vrouwe Maria
Antonia" geweest gedurende de periode 1764-1781. Na 1781 komt Michiel niet
meer als schipper op de "Vrouwe Maria Antonia" voor in de registers. In 1785
maakt de Rotterdamsche Courant8kort melding dat de "Vrouwe Maria
Antonia" te Rotterdam dan afkomstig van Rouaan, bij de beursen is aangelegd,
met Schipper Michiel Kragt.
Michiel overleed in 1786. In 1787 werd het schip verkocht in Amsterdam, in
1788 werd het schip wederom verkocht, toeval? of niet.
Een leuk detail is dat zijn jongste zoon Frans (1774-1842) een keer in de
registers voorkomt, en wel als een 14-jarige kajuiter op de Triton met
bestemming Triest, van schipper Andrie Engel en stuurman Jan Verberne jr. Of
het bij die ene keer gebleven is, is onduidelijk, Frans heeft later gekozen
om te gaan 'boeren'. Het blijft een grote zeefamilie, later zien we Riekel
(Rickel) Sluisman (1757-1834) als kajuiter (1774), matroos (1777 en 1778) en
in 1780 als stuurman op de Vrouwe Maria Antonia, Riekel was de oomzegger van
Michiel, Riekel was getrouwd met Neeltje Witte, de dochter van zijn broer
Jan.
zie verder Laatste reis Michiel Witte
Notarisakten
Notaris Jan Star N 4-4-1789 sc 400
Antje Dirks Dijt, weduwe van Michiel Witte, stelde als voogden over haare 2
minderjaarige Zoonen genaamt Cornelis en Frans Witte, indien dezelve op haar
overlijden nog minderjaarig mogten zijn, en tot adminstrateuren van en over
derzelver zo Vaderlijke als Moederlijke goederen, haar broeder Cornelis
Dirksz Dijt, haar zwager Jan Witte en haar neeff Cornelis Reijersz Dijt.-
Notaris Beets N 367 Inventarisatie onroerend en roerend goed van Frans
Michielsz Witte
In den Jare 1815, den 20 Julij, des namiddags ten 2 uren;
Ten verzoeke van Frans Michielsz Witte, doende Boerenbedrijf, wonende aan de
Westen, binnen de gemeente van Texel, voor hem zelven, zoo uit hoofde van de
gemeenschap van goederen, die tusschen hem en wijle zijne overledene
huisvrouw Martje Gerrits Dijt, ten gevolge van het tijdens het aangaan hun
huwelijks, alhier vigerend Landregt, bestaan heeft, als ter zake van de aan
hem toekomende helfte in de nalatenschap van gezegde zijne overledene
huisvrouw, uit krachte van het Testament, door haar met en benevens hem
Requirant, op den 8 December des jaars 1797, voor den Notaris Jan Star, in
tegenwoordigheid van getuigen, alhier op Texel gepasseerd, en op den 31
Januarij 1811 met de dood geconfirmeerd; en wijders nog als wettige voogd
over Antje Witte, oud 16 jaren, Martje Witte, oud 12 jaren en Michiel Witte,
oud 8 jaren, minderjarige kinderen van hem en van voornoemde zijne
huisvrouw.
Zijnde de gemelde minderjarigen bekwaam om zich als Erfgenamen te gedragen,
elk voor een Derde, van het overige gedeelte der nalatenschap van voornoemde
Martje Gerrits Dijt, hunne Moeder.
In tegenwoordigheid van Cornelis Dirksz Dijt, mede doende Boerenbedrijf,
wonende op de Mient, binnen de gemeente van Texel voornoemt, in naam en als
toeziende Voogd van voornoemde minderjarigen; Zijnde hij tot dezen door hem
aangenomen post verkozen bij besluit van de Naastbestaanden en
bloedverwanten van dezelve minderjarigen, bij wijze van famille raad
vergaderd onder voorzitting van den Heere Martinus Langeveld, Vrederegter
van het Canton Texel, blijkens deszelfs Proces Verbaal van den 17-8-1812,
den 21 dierzelfde maand geregistreerd.
Wordt, tot bewaring van de regten van partijen en van alle anderen die
daarbij belang zouden mogen hebben, door Simon Theodorus Beets, Openbaar
Notaris in de residentie van Texel voornoemt, in tegenwoordigheid van Arie
Jansz Dekker, doende Boerenbedrijf, en Hendrik Spigt, Werkman, beide aan de
Westen woonachtig, als getuigen hiertoe expresselijk verzocht,
en deze met mij Notaris onderteekend hebbende, toegetreden tot de
Inventarisatie en beschrijving van alle de Meubelen, gereedschappen tot den
Huishouding, klederen, linnen, Zilverwerk, goudgeld, titels en andere
papieren, in- en uitschulden, en in het algemeen van alle de roerende
goederen tot de gemeenschap die tusschen de voornoemde Frans Michielsz
Witte, en wijle zijne huisvrouw bestaan heeft, en tot de nalatenschap der
laatstgemelde behorend.
Zijnd dit alles gevonden en berustende op de hierna genoemde plaatsen, in
een huis, staande en gelegen aan de Westen voornoemt, en gemerkt N 264, welk
huis aan de gemeenschap toebehoort en in hetwelk de voornoemde Martje
Gerrits Dijt, op den gezegden 31-1-1811, is overleden.
En zijn alle de voorschreve voorwerpen te voorschijn gebragt door den
gemelden Frans Michielsz Witte, die, na het overlijden van zijne gemelde
huisvrouw, in het bezit derzelven gebleven was.
De begrooting der goederen die daaraan onderworpen zijn, zal gedaan worden
door Dirk Witte, mede doende Boerenbedrijf, wonende aan den Hoorn, mede
binnen deze gemeente, in qualiteit als deskundige, verkozen door de
voornoemde Cornelis Dirlsz Dijt, toeziende voogd, ten verzoeke van den mede
gemelden Frans Michielsz Witte, overeenkomstig Artikel 453 van het nog in
rigeur zijnde Burgerlijk Wetboek.
En hebben de partijen en de deskundige, benevens den Notaris en de getuigen,
na gedanen voorlezing, alhier geteekend.
Martje Gerrits Dijt (1774-1811) van de Westen. Getrouwd in 1797 op 17-2 met
Frans Michielsz Witte (1774-1842) van Amsterdam. Kinderen Antje (1797),
Antje (1799-1829), Gerrit (1800-1809), Martje (1803-1862), Cornelis (1807),
Michiel (1807-1856).
Frans ging hertrouwen, vandaar deze deling. Martje Aries Dekker (1790-1816)
stierf. In 1818 kwam de derde vrouw, Neeltje Simons Ratelaar (1787-1840), 6
kinderen.
Antje trouwde met Jacob Simonsz Dijt (1796-1862). Ze stief in het kraambed
in 1829.
Martje x Gerrit Jansz Gorter, 4 kinderen.
Michiel x Maartje Spigt (1810-1888) van de Koog, 9 kinderen.
Dit gedaan zijnde, is men overgegaan tot de Inventarisatie in maniere
navolgende:
In het voorhuis, uitkomende aan den weg
Een geschilderde houten kist, begroot op 2.-.-
Vijf delftsche schotels -.10.-
Een mangel-bord -.3.-
In de voorkamer, uitzicht hebbende op den weg
Een geschilderde klap-tafel, begroot op 2.-.-
Zes stoelen met matte zittingen 3.-.-
En latafel, 4.-.-
Een koffijkan 1.4.-
Een spiegel met een bruine lijst 3.-.-
Een hang-klok 20.-.-
Tien schilderijtjes 1.-.-
Twee presenteer blaadjes 1.-.-
Zes porcelaine Borden 1.10.-
Vijf groote delftsche mantel-schotels 1.10.-
Elf delftsche borden 1.2.-
Een kastje, met een houten beeld 2.-.-
Een paar bedstede gordijnen, met een val, te zamen -.10.-
45.9.-
Een schoorsteen-val 1.-.-
Een plaat en haardijzer 3.-.-
Een gladde eiken houten kast 10.-.-
Een delftsch kast-stel 1.10.-
Twee glas-gordijntjes 1.-
Twee damaste schorten 20.-
Vijf vrouwen rokken 20.-.-
Twee kapers 3.-.-
Zes schorte-kleden 9.-.-
Twee vrouwen hemden 3.-.-
Acht bedde lakens 14.-
Elf sloopen 8.-.-
Vijf servetten 3.-.-
Een peuluw doek 1.-.-
Twee kinderdekentjes en verder kindergoed 2.-.-
Een zwarte mans rok 17.-.-
Een manchester vest 2.-.-
Een casimise broek 1.10.-
165.9.-
Een grijslakense vest en broek 6.-.-
Een hoed 1.-.-
Een paar zwarte kousen -.10.-
In een hoog-kamertje uitkomende in het voorhuis
Een bed, peuluw en 2 kussens 24.-.-
Twee wolle en een catoene dekens 10.-.-
In het keukentje
Een ledige kast 1.-.-
Een bed, peuluw en 4 kussens 12.-.-
Twee wolle en een catoene dekens 8.-.-
Een paar bedstee gordijnen en een val -.10.-
In het achter-huis
Een tinne schotel 1.8.-
Een mostaard pot, peperdoos, tregter en maatje 1.-.-
Een geverfde klap-tafel 1.-.-
Een etens-kastje -.8.-
Twee koperen ketels 5.10.-
Twee stoelen 1.-.-
Twee kaas-tobbes 8.-.-
Een boter-karn 4.-.-
250.15
Twee koeijen kaas vaten 3.-.-
Vie schapen kaas vaatjes 2.-.-
Twee emmers 3.-.-
Een Water-emmer -.10.-
Een schapen-emmer 1.5.-
Twee zout-kisten 3.-.-
Een kaas part en borden 1.-.-
Een Ploeg 4.-.-
Twee vleesch-vaten 6.-.-
Drie wei-tonnen 2.10.-
Zes zaad-bakken 5.10.-
Vier schapen-krebben 4.-.-
Twee halve schapen-krebben 2.-.-
Twee lammeren-hekken 1.10.-
Vijf schapen-roopen 1.-.-
Drie hooyvorken 2.-.-
Een graaf 2.-.-
Een mest-vork en haak 2.-.-
Drie melk-mouten 5.-.-
302.-.-
Drie room-potten -.15.-
Eenig verder boerengereedschap 1.-.-
Zes engelsche borden -.12.-
Eenig thee-goed, tot dagelijks gebruik 2.-.-
Drie koperen thee-ketels 5.10.-
Een vuurtang en hengel 1.10.-
Eenige kleine vaatjes 1.-.-
Twee melk-koeijen 135.-
Twee tweejarige koe-schetters 25.-.-
Twee kalveren 30.-.-
61 schapen 427.-.-
14 enterlingen of jonge schapen 77.-.-
19 lammeren 76.-.-
1174.7.-
57 vagten wol 275.-.-
Het thans te veld staand hooij, begroot op 220.-.-
1669.7.-
Men is bezig geweest van des namiddags 2 uren tot dat de klok 8 uren des
avonds geslagen was met eene dubbele vacatie, besteed zoo tot het opmaken
van het hoofd van den Inventaris als tot de beschrijving en waardering van
de hiervoren geinventariseerde goederen; en zijn de voorschreve goederen
gelaten in het bezit van den voornoemden Frans Michielsz Witte, die zulks
ook erkent en zich belast om dezelven weder te voorschijn te brengen of te
verantwoorden wanneer en aan wien zulks behooren zal; en is de vacatie tot
het vervolgen van dezen Inventaris uitgesteld tot en bepaald op den 25 dezer
's namiddags 3 uren.
En hebben de partijen, de bewaarder en de deskundige, benevens de Notaris en
de getuigen na gedaan voorlezing alhier geteekend.
En ten voorschreven dage, 25 Julij 1815, des namiddags ten 3 uren, ingevolge
de bepaling bij het slot der voorgaande vacatie gemaakt, wordt door de
ondergeteekenden Simon Theodorus Beets, openbaar Notaris, in de residentie
van Texel. In tegenwoordigheid van Arie Jansz dekker, doende Boerenbedrijf,
en Hendrik Spigt, werkman, beide aan de Westen woonachtig, getuigen hiertoe
expresselijk verzocht, en deze mede onderteekend hebbende, de voorschreve
inventarisatie voortgezet in maniere navolgende.
Titels en papieren
Het afschrift van het in den hoofd dezes gemelde Testament; waarbij, onder
anderen, de Testateuren elkanderen over en weder hebben benoemd en
geinstitueerd tot des eerstoverledenen eenige en algeheele Erfgenaam of
Erfgenamen, en voorts de kind of kinderen in derzelver legitime portie zijn
geinstitueerd; alles zoo en in dier voege als bij hetzelve Testament in het
breden is omschreven. Welk afschrift, als een enkel stuk, door voornoemden
Notaris is geparagrapheerd geworden.
Verder in dezen boedel geen papieren gevonden zijnde, zoo wordt alhier, ter
aanvulling van het gemis der bewijzen van eigendom van de aan denzelven
behoorende vaste goederen, melding gemaakt van de ligging en verdere
kenmerken dier goederen, en bestaan dezelve in hetgeen volgt, als voorerst
Eene huismanswoning, N 264, met 5000 roeden lands elkanderen annex (except
dat er de burenweg doorloopt) alles staande en gelegen in de Polder de
Westen, binnen deze gemeente, belend ten Oosten Pieter Jansz Witte en ten
Westen Jan C. Dijker.
Ten tweeden Vijf stukken land malkanderen annex gelegen in de Polder de
Westen, groot te zamen 2025 roeden, belend ten Zuiden de Weduwe Jan Witte en
ten Noorden de Weduwe Gerrit P. Eelman.
Ten derde Een stuk land, groot 700 Roeden, genaamt het Hemmeland, liggende
in de Polder de Westen, belend ten Oosten Hendrik Verberne en ten Westen de
Duinen.
Ten vierden Een stuk land, groot 300 Roeden, liggende met de Weduwe Aris
Pietersz Eeleman gemeen in de Polder de Westen voornoemt.
Ten vijfden Een stuk land, liggende in de Hemmer, mede binnen deze gemeente,
groot 550 Roeden, belend ten Oosten Jan Bakker de Jonge en ten Westen de
mennonite gemeente van den Burg, Waal en Oosterend.
Ten zesden een stuk land, groot 250 Roeden, liggende in de Polder Operen en
Westen, belend ten Oosten de hiervoren gemelde Mennonite Gemeente en ten
Westen Aarien Jansz Dekker.
En eindelijk ten zevenden een vierde gedeelte in een stuk land, groot in het
geheel 350 Roeden, genaamt de Bezaan, leggende in de Polder de Kuil, almede
binnen deze gemeente, welk stuk land in het gemeen is met Jacob Schraag en
Cornelis Witte.
Opgave van uit- en inschulden
Door de voornoemd Frans Michielsz Witte wordt verklaard, dat de bij hem
voorhanden zijnde contante penningen bedragen eene somma van 10 Guldens en 6
stuivers.
Voorts dat deze boedel nog te vorderen heeft een gedeelte van de legitime
portie zijne gemelde overleden huisvrouw gecompeteerd hebbende in den
nalatenschap harer vroeger overledene Moeder Martje Jans Visser, in leven
huisvrouw van Gerrit Cornelisz Dijt; van welk gedeelte echter het precieze
montant, voor het tegenwoordige, niet juist is optegeven.
Dat, daarentegen, de boedel verschuldigd is het navolgende, aldus:
Aan Cornelis Michielsz Witte, volgens Obligatie daarvan zijnde, eene somma
van 3000 gulden, loopende tot den Interest van 3 ½ ten 100 in het jaar.
Aan den zelven Cornelis Michielsz Witte, mede volgens Obligatie, rentende
als voren, een somma van 170 Guldens.
Aan Immetje Keyser, thans gehuwd met den Heer Mens, te Alkmaar, eene somma
van 300 Guldens, insgelijks volgens Obligatie, doch rentende 5 per cent 's
jaars.
Voorts de achterstallige Verpondingen van de hier voren opgegevene vaste
goederen, ter somma van 500 Guldens, of daaromtrend.
Wijders de Dijk-gelden van alle dezelve landerijen over de jaren 1813, 1814
en 1815, te zamen ten bedrage van een somma van 390 Guldens.
En eindelijk de directe belastingen over dezen loopenden jare, ter somma van
51 Guldens.
Tot al het bovenstaande is men bezig geweest eene enkele vacatie van 's
namiddags 3 tot 's avonds 6 Uren.
Dit gedaan en niets meer gevonden zijnde om in dezen Inventarisatie te
bevatten of daarbij op te geven, is al hetgene daarin vermeld is gelaten in
het bezit van den voornoemden Frans Michielsz Witte, die dit ook erkent en
zich belast om hetzelve weder te voorschijn te brengen of te verantwoorden
wanneer en aan wien zulks behooren zal.
Dezelve Frans Michielsz Witte heeft daarop dadelijk, ten overstaan van den
ondergeteekenden Notaris, en in tegenwoordigheid der natemelden getuigen,
met eede bevestigd, dat deze Inventaris is opregt en deugdelijk, en voorts
op de door mij Notaris daartoe gedane aanmaning, verklaard, niets hoegenaamd
ten laste zijner minderjarige kinderen te vorderen te hebben.
En hebben de partijen, benevens de Notaris en de getuigen, na gedane
voorlezing, alhier geteekend.
Beets
N 478 Verkoop roerend goed door Jan Gerritsz Dijt en Frans Michielsz
Witte
Extract uit het Register der aangiften tot publieke verkoopingen van
roerende goederen
Den 13 Maart 1816
Is gecompareerd de Heer Beets, Notaris op Texel, dewelke heft verklaard op
den 15-3-1816 publiek te zullen verkoopen eenige roerende goederen, ten
verzoeke van Jan Gerritsz Dijt en Frans Michielsz Witte, beide aan de Westen
woonachtig, en zulks voor de Herberg de Lindeboom, op de Groene Plaats aan
den Burg; waar van Zijn Ed. acte bekomen en geteekend heeft (was geteekend)
S.Th. Beets
Voor Exctract conform
De ontvanger van de Registratie (geteekend) A.B. Weusman
In den Jare 1816, den 15 Maart, des middags ten 12 uren, heb ik Simon
Theodorus Beets, Openbaar Notaris, in de residentie van Texel, in
tegenwoordigheid van de hierna genoemde getuigen, die deze met mij Notaris
onderteekend hebben;
Ten verzoeke van Jan Gerritsz Dijt en Frans Michielsz Witte, beide doende
Boerenbedrijf,
wonende aan de Westen, binnen de gemeente van Texel voornoemt;
Mij vervoegd voor de Herberg de Lindeboom, op de Groene Plaats aan den Burg,
op Texel voornoemt, ten einde in het openbaar te verkoopen de roerende
goederen hierna breder te omschrijven; en zulks op de conditien en
voorwaarden hierna geinsereerd, dewelke wij tot dat einde aan de Omstanders
hebben voorgelezen; luidende dezelve als volgt:
1 Alle de te verkoopene goederen zullen van het oogenblik der verkoop af,
staan en liggen voor rekening van de respective koopers, en ook dadelijk
door dezelven kunnen worden weggehaald.
2 De betaling zal moeten geschieden voor of uiterlijk op den 1 November
dezes jaars in handen van den Notaris Simon Theodorus Beets, en ten zijnen
kantore aan den Burg, zullende die genen welke ten gemelde dage niet zullen
hebben betaald met 5 per cent van het beloop van den koopprijs worden
beboet.
3 De koopers zullen, boven en behalve de door hun uitgeloofde kooppenningen,
mitsgaders het regt van registratie en de plaatselijke belasting, wegens het
door hun gekochte aan den Lande en deze gemeente respectivelijk
verschuldigd, nog moeten betalen eene Stuiver van elke gulden, ter
gedeeltelijke goedmaking der onkosten dezer verkooping, neemende de verkoper
alle de andere en meerdere onkosten geheel en al voor hunne rekening.
4 De koopers zullen, des gevorderd wordende, moeten stellen 2 goede en
sufficante borgen, dewelke, ieder voor het geheel, als principale
schuldenaren zullen verbonden zijn, en mitsdien beschouwd worden afstand
gedaan te hebben van de voorregten van vooruitwinning en schuldsplitsing.
Vervolgens zijn wij met den gezegden verkoop voortgegaan als volgt:
1 Twee schapen, gekocht door Cornelis Dirksz Dijt voor 19.15.-
2 Twee dito, gekocht door Jacob Kopjes voor 21.15.-
3 Twee dito, gekocht door Jacob Ariesz Eleman voor 22.5.-
4 Twee dito, gekocht door Pieter Lubbertsz Bas voor 22.-.- borgen Willem
Vlaming en Jan P. Kikkert
85.15.-
5 Twee schapen, gekocht door Cornelis Cornelisz Boon voor 22.15.- borgen
Jacob Zuidewind en Willem Vlaming
6 Twwe dito, gekocht door CC Boon voor 21.5.-
7 Twee dito, gekocht door Pieter Lubbertsz Bas voor 23.10.-
8 Twee schapen, gekocht door Pieter Lubbertsz Bas voor 21.5.-
9 Twee schapen, gekocht door door Cornelis Jansz Dijksen voor 20.10.-
10 Twee dito, gekocht door Klaas Bogaart voor 19.15.-
11 Twee schapen, gekocht door Pieter Bas voor 20.5.-
12 Twee dito, gekocht door Cornelis Dz Dijt voor 20.5.-
13 Twee dito, gekocht door Cornelis Dz Dijt voor 17.-.-
14 Twee enterlingen, gekocht door Reyer Arisz Eleman voor 14.5.-
15 Twee dito, gekocht door Frans Witte voor 12.5.-
298.15.-
16 Twee enterlingen, gekocht door Jan Simonsz Duinker voor 12.5.- borgen
Jacob Arisz Eleman en Hendrik Wilner
17 twee dito, gekocht door Pieter Hassing voor 11.-.- borgen Willem Vlaming
en Jacob M, Zuidewind
18 Twee dito, gekocht door Pieter Hassing voor 10.5.-
19 Twee dito, gekocht door Pieter Hassing voor 8.10.-
20 Een Schetter, gekocht door Pieter Meyertsz Boon voor 23.-.- borgen CC
Boon en Willem Vlaming
21 Een dito, gekocht door Jan Maartensz Bakker voor 22.5.- borgen Jacob van
Heerwaarden en P. Hassing
386.-.-
Vijf per cent 19.6.-
Zoo komt eene somma van 405.6.-
Dt gedaan en tevens door de Requiranten verklaard zijnde, dat er niets
meerder te verkoopen was, heb ik Notaris voornoemd, na van den middag ten 12
tot 3 uren bezig geweest te zijn, en alzoo niet meerder dan eene enkele
vacatie daartoe besteed hebbende, aan de omstanders bekend gemaakt, dat de
verkooping was geëindigd; en heb ik vervolgens dit Proces Verbaal gesloten,
hetwelk, na gedane voorlezing, door de Requiranten, door Arie Roeper
Gerritszoon, kleermaker, en Mees Disper, sjouwerman, beide aan den Burg
voormeld woonachtig, als getuigen daartoe opzettelijk verzocht, en eindelijk
door mij Notaris, is geteekend, en voorts is deze minute gebleven onder de
bewaring en in het bezit van den gemelden Notaris Simon Theodorus Beets.
Beets N 516 Inventaris van Cornelis Witte en Antje Graaf
In de Jare 1816, de 10 Junij, des voormiddags te 10 uren;
Ten verzoeke van Antje Aris Graaf, weduwe van wijlen Cornelis Michielsz
Witte, hebbende geen beroep, wonende aan den Burg, binnen de gemeente van
Texel, alhier tegenwoordig, zoo voor haar zelve, uit hoofde van de
gemeenschap van goederen, die, tusschen haar en wijlen haren gemelden man,
ten gevolge van het, tijdens het aangaan huns huwelijks, alhier vigerend
Landregt, bestaan heeft, en nog als Voogdesse over de minderjarige kinderen
harer man, met namen Antje, oud 15 jaren; Arie, oud 10 jaren, en Jacob, oud
7 jaren.
Zijnde de gemelde minderjarigen bekwaam om zich als Erfgenamen te gedragen
van den voormelde Cornelis Witte, hunnen Vader.
In tegenwoordigheid van Jacob Schraag, Landbouwer, wonende aan de Westen,
binnen de gemeente van Texel voornoemt, in naam en als toeziende Voogd van
de voormelde minderjarigen: Zijnde hij tot dezen door hem aangenomen post
verkozen bij besluit van de bloedverwanten en vrienden van dezelve
minderjarigen, bij wijze van familieraad vergaderd onder voozitting van den
Heer Martinus Langeveld, Vrederegter van het Canton Texel, blijkens deszelfs
Proces verbaal van den 4 April dezes jaars, ten zelfden dage geregistreerd.
Wordt tot bewaring van de regten van Partijen en van alle anderen die
daarbij belang zouden mogen hebben, door Simon Theodorus Beets, openbaar
Notaris in de residentie van Texel voornoemt, in tegenwoordigheid van den
Heer Joan Jacob Reinbach, ontvanger der Directe belastingen, en Pieter
Plevier, Timmerman, beide aan den Burg voormeld woonachtig, als getuigen
daartoe uitdrukkelijk verzogt, en deze met mij Notaris onderteekend
hebbende, toegetreden tot de Inventarisatie en beschrijving van alle de
Meubilen, gereedschappen tot de huishouding, kleederen, linnen, zilverwerk,
goud geld, titels en andere papieren, in- en uitschulden en in het algemeen
van alle de roerende goederen tot de gemeenschap die tusschen de voornoemde
Antje Aris Graaf en haren opgemelden man bestaan heeft en tot de
nalatenschap der laatst genoemden behorende: Zijnde dit alles gevonden en
berustende op de hierna genoemde plaatsen in een huis, staande en gelegen
aan den Burg voornoemt; welk huis aan de voorschreve gemeenschap is
toebehorende, en in hetwelk de voornoemde Cornelis Witte, op den 31 July
1816 is overleden.
En zijn alle de voorschreve goederen te voorschijn gebragt door de
voornoemde Antje Aris Graaf, die, na het overlijden van haren gemelden man,
in het bezit derzelven gebleven was.
De begroting der goederen die daaraan onderworpen zijn zal gedaan worden
door Simon Reijersz Smit, Landbouwer, wonende aan den Burg, thans alhier
tegenwoordig in qualiteit als deskundige, verkozen door de voornoemde Jacob
Schraag, toeziende voogd, ten verzoeke van de gemelde Antje Aris Graaf,
overeenkomstig Artikel 453 van het Burgerlijk Wetboek: hebbende de gemelde
Simon Reijersz Smit in die qualiteit den Eed in handen van den Heer
Vrderegter van het Canton Texel afgelegd den 10-5-1816, blijkens Proces
Verbaal van dien dage, ten zelfde dage geregistreerd.
(getekend)
Dit gedaan zijnde is overgegaan tot de Inventarisatie in maniere navolgende
In het voorhuis
Zes stoelen, met matte zittingen, te zamen begroot op 2.-.-
Een geverfde tafel 1.-.-
Een Regtbank 2.-.-
Een greenen houten Bureau 3.-.-
Zes schilderijtjes 1.16.-
Een spiegel met houten lijst -.10.-
Twee schutten 2.-.-
Een houten werkbank 1.-.-
Zes Yzeren vaten -.6.-
16 lepels -.6.-
Een mandje, met eenig theegoed -.10.-
24 boeken 2.10.-
16.18.-
In de midden-kamer
Twee bierglazen -.6.-
Tien kelken -.10.-
Vier delftsche schotels -.6.-
Drie melk-kannetjes -.3.-
Een stoel -.2.-
Een thee-pot -.12.-
Een haardschut -.3.-
Een Yzeren tang -.2.-
Een regtbank 3.2.-
Een tafel -.6.-
Een bed, met deszelfs toebehoren 10.-.-
Een schoorsteenkleed -.2.-
Vijf schilderijen -.10.-
In de achter-kamer
Vier pannen -.3.-
33.5.-
Vijf potten -.3.-
Zs tafel-borden -.6.-
Twee kommen -.3.-
Een Yzeren pot -.10.-
Een schotel-bank -.6.-
Op de Zolder
Een slaap-kreb 1.-.-
Een Ys-slee -.10.-
Een wieg -.12.-
Een Luren-mand -.6.-
Een vuur-mand -.6.-
37.10.-
Titels en Papieren
Vooreerst eene acte van Transport, op den 4-7-1810 voor Scheepenen van Texel
gepasseerd, waar bij door Joan Jacob Reinbach, wonende aan den Burg, aan der
Requirantn nu overledenen man, den voornoemden Cornelis Witte, wordt
overgedragen een huis en erve, staande en gelegen aan den Burg, in den
Binnenburg, belend ten Zuiden het Kerkhof, en ten Noorden Matthijs den
Berger, zijnde het huis waarin deze Inventarisatie is geschiedt.
De voorschreve acte, voor voornoemde Notaris gequoteerd en geparapheerd
zijnde, als een enkel stuk, is gebragt op den Inventarisatie onder Numero 1.
Ten anderen eene onderhandsche ongeregistreerde obligatie, in dato den
24-6-1797, houdende ten laste van Frans Michielsz Witte en ten behoeve van
der Requirantes gemelden overledene man: zijnde dezelve obligatie groot 3000
guldens en loopende tot den Interest van 3 ½ ten 100 in het jaar.
Deze obligatie, mede door voornoemden Notaris gequoteerd en geparapheerd
zijnde, als een enkel stuk, is gebragt op den Inventaris onder N 2.
Ten derden: een onderhandsch ongeregistreerd handschrift van den gemelden
Frans Michielsz Witte, in dato 19-7-1815, waaruit blijkt, of ten minsten
moet worden opgemaakt, dat dezelve Frans Michielsz Witte bij de laatste
afrekening aan der Requirantes meergemelden overledenen man nog is te kwaad
gebleven eene somma van 170.15.12
Dit handschrift insgelijks door voornoemden Notaris gequoteerd en
geparapheerd zijnde, als een enkel stuk, is gebragt op den Inventaris onder
N 3.
Wordende voorts, bij gemis van eenig bescheid deswegens, alhier genoteerd,
dat tot dezen boedel nog is behorende een vierde gedeelte in een stuk Land,
groot in het geheel 350 Roeden, genaamt de Bezaan, leggende in de Polder de
Kuil binnen deze gemeente; welk stuk gemeen is met Jacob Schraag en Ftans
Michielsz Witte.
Opgave van uit en in-schulden
Door de voornoemde Antje Aris Graaf, weduwe van wijlen Cornelis Witte, wordt
verklaard, dat er geene gerede penningen op het overlijden van hare man
gevonden zijn; als mede dat de Interessen op de hier boven onder de titels
en papieren omschreven obligatie van 3000 guldens te goede zijn sedert den
24-6-1815.
Insgelijks verklaart zij weduwe Witte dat den gemeenschap verschuldigd is:
Aan den Ontvanger der dircte belastingen voor verponding eene somma van
9.-.-
Aan Reyer Dijker, volgens rekening, 25.-.-
Aan Klaas Hans, volgens rekening 6.13.-
Aan Reijer Cornelisz Dijt, volgens rekening 3.2.-
Aan Pieter Lingreen, volgens rekening 5.3.-
Aan Willem Verberne, volgens rekening 12.7.-
Aan Jan Reij, volgens rekening 16.2.-
Aan Cornelis Sibrandsz Koning 5.18.8
Aan Jan Michielsz Helenius, volgens rekening 8.3.-
Aan de Erven Pieter Jacobsz Keesooms 1.16.-
Aan Hendrik Kroeze 13.8.4
Aan schuld in Harlingen 12.12.-
Aan Jan Hendrik Grasz, te Amsterdam 38.5.-
Aan de weduwe Albert Koning 12.8.10
Aan Simon Verberne 6.-.-
Aan Aldert Dijker 9.13.8
En eindelijk dat zij betaald heeft de kosten der begrafenis van haren man,
ten bedragen van 50 guldens.
Men is bezig geweest van den voormiddags 10 uren voornoemd tot dat de klok 4
uren ds namiddags geslagen was met een dubbele vacatie, besteed zoo tot het
opmaken van het bovenstaande hoofd van den Inventaris, als tot de
beschrijving en de waardering van de hiervoren geinventariseerde goederen,
en zijn de voorschreve goederen gelaten in het bezit van de voornoemde
weduwe Witte, die zulks ook erkent en zich belast om dezelve weder te
voorschijn te brengen of te verantwoorden wanneer en aan wien zulks behooren
zal.
Dezelve weduwe Witte heeft daarop dadelijk ten overstaan van den
ondergeteekenden Notaris, en in tegenwoordigheid der voormelde getuigen, met
eede bevestigd, dat deze Inventaris is opregt en deugdelijk; en voorts op de
door mij Notaris daartoe gedane aanmaning verklaard, niets hoegenaamd ten
lasten harer minderjarige kinderen te vorderen te hebben.
En hebben de partijen, de bewaardster en de deskundige, benevens den Notaris
en de getuigen, na gedane voorlezing, alhier geteekend.
De gebroeders Witte
Frans had van alles meer dan Kees: spullen, kinderen, vrouwen en schulden.
Hij had geld geleend van zijn broer. De weduwe van Kees wilde dat terug
hebben. Daar kwam heel wat aan te pas, want Frans had het niet meer. Hij
moest onroerend goed verkopen.
Het huis 285 (kadaster 3) stond in de Binnenburg naast de Gereformeerde
kerk. Het werd in 1807 gekocht door JJ Reinbach voor 325.-. Cornelis Witte
kocht het voor 50.- in 1810.
Klaassen: In 1814 overleed de ongetrouwde broer Pieter Ariens Graaf hier.
Schoenmaker.
In 1830 woonde Antje nog hier, met twee zoons die inmiddels ouder dan 20
waren.
Prijs van het huis was in 1744 305.- 1803 510.- 1807 325.- 1810 50.-
N 603
Voor Simon Theodorus Beets, Openbaar Notaris, in de residentie van Texel,
deze onderteekend hebbende, en in tegenwoordigheid van de nagenoemde en mede
ondergeteekende getuigen, is gecompareerd:
Antje Aris Graaf, Weduwe van Cornelis Michielsz Witte, hebbende geen beroep,
wonende aan den Burg, binnen de gemeente van Texel voornoemt.
Dewelke tot haren algemenen gemagtigde heeft benoemd en aangesteld Simon
Reijersz Smit, Landbouwer, mede aan den Burg woonachtig, thans alhier
tegenwoordig en deze accepterende.
Aan wien zij Consituante de magt gegeven heeft:
1 Om, voor haar en in haren naam, van wien zulks behoren zal, de teruggave
te vorderen van Zoodanige gelden als aan haar thans nog verschuldigd zijn of
zouden mogen wezen.
2 Om, tot dat einde, de debiteur of debiteuren voor de Competenten
vrederegter te doen dagen; alwaar, ter bevrediging, te compareren, bij
mislukking daarvan, de Zaak of Zaken te brengen voor den Burgerlijke
Regtbank en te trachten vonnis of vonnissen te verkrijgen, en, des graden
vindende, van dezelve te appelleren, tot op de definitive gewijsden toe;
dezelve ter executie te doen leggen; dientengevolge alle arresten op
roerende goederen te laten doen, en tot onteigening te doen procederen.
3 Om, met allen en een iegelijk, te mogen transigneren, zoodanig als hem
geconstitueerden zal goeddunken, en zulks zoo wel ten aanzien van de Zaak
ten principale als omtrent de gevolgen van het Proces, het zij voor den
Vrederegter of in allen anderen staat der Zake.
4 Om het montant van den Constituants schuldvorderingen te ontvangen en
daarvoor quittantien aftegeven.
En eindelijk 5 Om alle noodige en tot de uitvoering dezer volmagt vereischt
wordend actes te teekenen en te passeren en ratificeren, indien zulks
vereischt mogt worden.
Gedaan en gepasseerd aan den Burg, op Texel voornoemt, ten kantore van
gemelden Notaris, in tegenwoordigheid van Reijer Groof, Herbergier, en Mees
Disper, sjouwerman, beide aan den Burg voormeld woonachtig, als getuigen ten
dezen opzettelijk verzocht, den 5-2-1817, voor de middag; en hebben de
voornoemde Comparanten, benevens de gemelde getuigen en Notaris, na gedane
voorlezing, de tegenwoordige minute geteekend, dewelke gebleven is onder de
bewaring en in het bezit van den gemelden Notaris Simon Theodorus Beets.
N 609
In den Jare 1817, den 12 Februarij, des namiddags ten 3 uren, heb ik Simon
Theodorus Beets, Openbaar Notaris, in de residentie van Texel, in
tegenwoordigheid van de hierna genoemde getuigen, die deze met mij Notaris
onderteekend hebben;
Ten verzoeke van Frans Michielsz Witte, doende Boerenbedrijf, wonende aan de
Westen, binnen de gemeente van Texel voornoemt, voor hem zelven, zoo uit
hoofde van de gemeenschap van goederen, die tusschen hem, en wijlen zijne
overledene huisvrouw Martje Gerrits Dijt bestaan heeft, als ter zake van de
aan hem toekomende helfte in de nalatenschap van de gezegde zijn overledene
huisvrouw uit krachte van het Testament door haar, met en benevens hem
Requirant op den 18-12-1797 voor den Notaris Jan Star, in tegenwoordigheid
van getuigen, op Texel voornoemt gepasseerd, en op den 31-1-1811 met de dood
geconfirmeerd, en wijders nog als Vader en wettige Voogd over de 3
minderjarige kinderen uit het huwelijk van hem en zijne gemelde huisvrouw
gesproten, met namen Antje, Martje en Michiel Witte;
Mij vervoegd ten huize van Aagje Cornelis Bakker, weduwe van wijlen Meyndert
Wzeman, kasteleinesse in de Herberg de Vergulde Zwaan, staande aan den Burg
voornoemt, ten einde in het openbaar te verkopen de Landerijen hier na
omschreven, te weten:
1 1000 Roeden lands, leggende in de Polder de Westen, binnen de gemeente van
Texel voornoemt, belend ten Oosten Jan Bakker de Jonge en ten Westen Jan
Pietersz Dijksen
2 5 stukken Lands malkanderen annex, leggende in de Polder de Westen
voornoemt, groot te zamen 2025 Roeden, belend ten Zuiden de weduwe Jan Witte
en ten Noorden de weduwe Gerrit Pietersz Eeleman
3 Een stuk Land, leggende in Operen, en de Westen, binnen de gemelde
gemeente, groot 250 Roeden, belend ten Oosten de Mennonite Gemeente van den
Burg, de Waal en Oosterend en ten Westen Arien Jansz Dekker
4 Een vierde gedeelte in een stuk Land, groot in het geheel 350 Roeden,
genaamt de Bezaan, leggende in de Polder de Kuil, al mede binnen de gemeente
van Texel; welk stuk Land in het gemeen is met Jacob Schraag en de
Erfgenamen van Cornelis Witte.
Als hebbende de Requirant te kennen gegeven, dat de Regtbank van eersten
aanleg zitting hebbende te Alkmaar, bij derzelver dispositie van den
18-12-1816, den 23 e dier maand geregistreerd, hem Requirant, zoo
in privé als in qualiteit, hadde geautoriseerd tot de verkoop onder anderen
ook van de onroerende goederen hiervoren gemeld, en tevens mij Notaris
benoemd om tot de voorschreve publieke verkooping te procederen; en zulks in
tegenwoordigheid van den toezienden Voogd en ten present van den Heer
Vrederegter van het Kanton Texel: van welke dispositie eene behoorlijke, op
den 23-12-1816 afgegevene, en ten zelfde dage geregistreerde expeditie, aan
de minute dezes is geannexeerd, na alvorens door den Requirant echt
verklaard, en ten blijke daarvan geteekend te zijn, en na dat voorts van die
aanhechting door den ondergeteekende Notaris en getuigen op dezelve
expeditie melding is gemaakt geworden.
En is vervolgens door mij Notaris aan de omstanders voorlezing gedaan van de
navolgende Conditien en voorwaarden, zoo als dezelve door den Requirant aan
mij Notaris zijn opgegeven en op welke hij begeerde dat de verkoop der
hiervoren omschreven Landerijen zouden geschieden, als namelijk:
1 D voorschreve Landerijen zullen worden verkocht voetstoots, zonde in onder
of overmaat gehouden te zijn, en wel bepaaldelijk het eerstgemelde perceel
zoodanig als hetzelve door de thans daar langs leggende tuin [tuinwal] van
de overige aan den Verkooper toebehorende Landerijen is afgescheiden. Voorts
alle de gemelde Perceelen met zoodanige vrij- en onvrijheden, hebbende en
lijdende Servituten, notwegen en overpaden, als waarmede dezelve tot dus
verre zijn bezeten geweest: zullende wijders de gezegde Landerijen van het
oogenblik der verkoop af leggen voor rekening en risico van de respective
koopers, door wien dezelve echter niet eerder zullen kunnen worden aanvaard
dan met den 20-3 eerstkomende.
2 De verkooper zal de Perceelen zuiveren van alle lasten en bezwaarnissen
waar mede dezelve belast zijn tot en met den 31-12-1816, terwijl alle de
lasten van de gezegde Perceelen, van en met den 1-1-1816, zullen komen voor
rekening van de respective koopers, gelijk mede zoodanig additioneel of
andere plaatselijke belastingen als ten behoeve dezer gemeente over den jare
1816 nog zouden mogen geheven worden.
3 De koopers zullen verpligt zijn om de door hun uitgeloofde kooppenningen
te betalen in grof zilver geld in handen van den Verkooper, en zulks in 3
gelijke termijnen, waarvan de eerste zal verscheenen zijn en opgebragt
moeten worden voor of uiterlijk op den 24-6-1817, de tweede voor of
uiterlijk op den 24-6-1818 en de derde of laatste termijn voor of uiterlijk
op den 24-6-1819, zullende inmiddels van de 2 laatste der voorschreve
termijnen Interessen moeten worden betaald tegen 5 ten 100 in het jaar,
aanvang nemende met den 24-6 eerstkomende, alles echter onverminderd de
bevoegdheid van de respective koopers omme des goedvindende, den geheelen
koopprijs der door hun gekochte perceelen voor of op den 24-6 dezes jaars in
eens te voldoen.
4 De koopers zullen binnen 3 dagen na den dag der verkooping, ten kantore
van den openbaren Notaris Simon Theodorus Beets aan den Burg moeten betalen
de kosten van registratie wegens dezen Verkoop, voor zoo verre dezelve op
het door hun gekochte netrekking heeft, mitsgaders 5 percent van of wel
boven de uitgeloofde kooppenningen, tot goedmaking van alle de verdere
onkosten dezer Verkooping.
5 Tot een waarborg van de voorschreve voldoening der kooppenningen en der
kosten van dezen verkoop zullen de voorschreve Perceelen verbonden blijven
met een regt van speciale en eerste preferentie, ten welken einde de
verkooper aan zich het Regt voorbehoudt om, ingevalle van wanbetaling, zoo
van de kooppenningen als der bedongen kosten, eene transcriptie en
inscriptie te nemen ten kosten van de gebrekige koopers.
6 De verkooper behoudt aan zich het regt om van de hoogste bieders zoo wel
als van de koopers een of 2 sufficante borgen te vorderen, dewelke voor het
gedane bod en koop, ieder voor het geheel, als principale schuldenaren
zullen verbonden zijn, ten welken einde dezelve beschouwd worden
gerenuncieerd te hebben van de voorregten van vooruitwinning en
schuldsplitsing.
7 De hoogste bieders en Koopers niet dadelijk zoodanige borgen ten genoegen
van den verkooper kunnende stellen, zal die koop geene voortgang hebben en
de Verkooper de Perceelen aan anderen mogen toewijzen.
8 Indien de koopers de overschrijving der door hun gekochte Perceelen op
hunne namen begeren, zal de gemelde overschrijving ten hunnen kosten moeten
geschieden.
9 De verkooper en de Koopers, als mede de Borgen, indien dezelve gesteld
worden, zullen, ten aanzien van alle de gevolgen der gedane toewijzing,
onderworpen zijn aan de Judicature van de Regtbank ter eerster instantie
Zitting hebbende te Alkmaar; ten welken einde dezelve zullen worden
geconsidereerd Domincilum gekozen te hebben ten huize van den jongsten
Procureur voor welgemelde Regtbank postulerende.
Waarna door mij Notaris tot den voorschreven verkoop is overgegaan, ten
overstaan en in tegenwoordigheid van den Heer Jan Ran, Adjunct Vrederegter
van het Kanton Texel, wonende aan den Burg voornoemt; voorts in
tegenwoordigheid van Hendrik Reijersz Dijt, mede doende boerenbedrijf,
wonende in de Polder Westergeest, binnen de gemeente van Texel voornoemt, in
qualiteit van toeziende Voogd over de gemelde minderjarigen, daartoe benoemd
bij besluit van den Famille-raad van den 4-7-1816, den 6 e dier
maand geregistreerd en eindelijk nog in tegenwoordigheid van de nagenoemde
en mede ondergetekenden getuigen; en is alzoo in koop gepresenteerd
geworden:
1 Een stuk land, groot 1000 Roeden, leggende in de Polder de Westen, binnen
de gemeente van Texel voornoemt, belend ten Oosten Jan Bakker de Jonge en
ten Westen Jan Pietersz Dijksen-
Van welk perceel hoogste bieder geworden is Simon Kikkert, Lombardhouder,
wonende aan den Burg, voor een somma van 420 guldens-
En het gemelde Perceel vervolgens in afslag gebragt zijnde, is hetzelve
verhoogd geworden door Jan Cornelisz Koorn, doende Boerenbedrijf, wonende
aan de Westen, met een somma van 40 guldens; zijnde dezelve mitsdien daarvan
kooper geworden voor een somma van 460 guldens; voor welke som hij deze
koop, ten zijnen genoegen, heeft geaccepteerd, en, ten blijke daarvan, na
gedane voorlezing, alhier geteekend. Jan C Koorn
2 Vijf stukken Land malkanderen annex, leggende in de Polder de Westen,
groot te zamen 2025 Roeden, belend ten Zuiden de weduwe Jan Witte en ten
Noorden de weduwe Gerrit Pietersz Eeleman-
Van welk perceel hoogste bieder geworden is Simon Kikkert, Lombardhouder,
wonende aan den Burg, voor een somma van 450 guldens-
En het gemelde Perceel vervolgens in afslag gebragt zijnde, is hetzelve
verhoogd geworden door Lubbert Gerritsz Eleman, doende Boerenbedrijf,
wonende op Dijkmanshuizen, met ee somma van 240 guldens: zijnde deze
mistdien daarvan, en wel voor deszelfs Moeder Martje Lubberts Bas, weduwe
van Gerrit Pietersz Eleman, wonende aan de Westen, kooper geworden voor eene
somma van 690 guldens; voor welke som hij deze koop, voor zijne gemelde
Moeder, heeft geaccepteerd, en, ten blijke daarvan, na gedane voorlezing,
alhier geteekend. Lubbert Eelleman
3 Een stuk Land, leggende in Operen en de Westen, binnen de gemeente van
Texel, groot 250 Roeden, belend ten Oosten de Mennonite Gemeente van den
Burg, de Waal en Oosterend en ten Westen Arien Jansz Dekker-
Van welk perceel hoogste bieder geworden is Abraham Kikkert, Secretaris van
het Dijkscollege van Texel, wonende aan den Burg, voor een somma van 290
guldens-
En het gemelde Perceel vervolgens in afslag gebragt zijnde, is hetzelve
verhoogd geworden door Jan Gerritsz Dijt, doende Boerenbedrijf, wonende aan
de Westen, met eene Somma van 11 guldens, zijnde deze mitsdien Kooper
geworden voor eene somma van 301 guldens; voor welke som hij deze koop, ten
zijnen genoegen, heeft geaccepteerd, en, ten blijke daarvan, na gedane
voorlezing, alhier geteekend Jan G Dijt
4 Een vierde gedeelte in een stuk Land, groot in het geheel 350 Roeden,
genaamt de Bezaan, leggende in de Polder de Kuil, al mede binnen de gemeente
van Texel; welk stuk Land in het gemeen is met Jacob Schraag en de
Erfgenamen van Cornelis Witte.
Van welk perceel hoogste bieder geworden is Abraham Kikkert, Secretaris van
het Dijkscollege van Texel, wonende aan den Burg, voor een somma van 145
guldens-
En het gemelde Perceel vervolgens in afslag gebragt zijnde, is hetzelve niet
verhoogd geworden; en is mitsdien de voornoemde Abraham Kikkert, welke
hoogste bieder geworden was, daarvan kooper geworden voor de gemelde somma
van 145 guldens; voor welke som hij deze koop, ten zijnen genoegen, heeft
geaccepteerd, en, ten blijke daarvan, na gedane voorlezing, alhier geteekend
Abram Kikkert
Van al hetwelk het tegenwoordig Proces-Verbaal is opgemaakt en gesloten, ten
dage, maande, jaar en plaatse als in den hoofde dezes is gemeld, in
tegenwoordigheid van Simon Kikkert, Lombardhouder, en Mees Disper,
sjouwerman, beide aan den Burg voormeld woonachtig, als getuigen daartoe
expresselijk verzocht; En is hetzelve, na gedane voorlezing, door den
requirant; door den hiervorengemelden Hendrik Reijersz Dijt, als toezienden
Voogd over de in dezen gegeconcerneerde minderjarigen; door welgemelden
Heere Adjunct Vrederegter, en eindelijk door de voornoemde getuigen en
Notaris geteekend, en vervolgens deze minute gebleven onder de bewaring en
in het bezit van den gemelden Notaris Simon Theodorus Beets.
460 + 690 + 301 + 145= 1796 daaraf de kosten
N 722
Extract uit het Register der Aangiften tot publieke verkooping van roerende
goederen.-
Den 27-7-1817
Is gecompareerd de Heer Beets, Notaris op Texel, dewelke heeft verklaard, op
den 30-7-1817, publiek te zullen verkoopen, enige Roerende Goederen, ten
verzoeke van Frans Michielsz Witte, Landbouwer, wonende aan de Westen, op
Texel voornoemt; en Zulks in de Herberg de Vergulde Kikkert, aan den Burg;
van welke verklaring de gemelde Notaris Beets, acte bekomen en geteekend
heeft (was geteekend) S.Th. Beets
Voor Extract Conform
De ontvanger van de Registratie (geteekend) Fabritius
In het Jaar 1817 den 30 van de maand Julij, des middags ten 12 uren, heb ik,
Simon Theodorus Beets, Openbaar Notaris, in de residentie van Texel, in
tegenwoordigheid van de hierna genoemde getuigen, die deze met mij Notaris
onderteekend hebben;
Ten verzoeke van Frans Michielsz Witte, doende boerenbedrijf, wonende aan de
Westen; binnen de gemeente van Texel voornoemt, mij vervoegd in de Herberg
de Vergulde Kikkert, aan den Burg op Texel vermeld, ten einde in het
Openbaar te verkoopen het Hooigewas, hierna breder omschreven, en zulks op
de navolgend Conditien en voorwaarden, dewelke wij tot dat einde aan de
omstanders hebben voorgelezen, te weten:
1 Het te verkoopen Hooigewas zal van het oogenblik der verkoop af, staan
voor Rekening van den Kooper-
1 De betaling zal moeten geschieden voor of op den 24 Juny 1818, in handen
van den Notaris Simon Theodorus Beets, zullende de Kooper, indien hij op den
gemelden tijd niet mogt hebben betaald, verbeuren eene boete van 5 per cent
van het beloop van het door hem gekochte-
3 De Kooper zal, boven en behalven de door hem uitgeloofde Kooppenningen,
mitsgaders het regt van registratie en de plaatselijke belastingen aan den
Lande en deze Gemeente, respectivelijk verschuldigd, nog moeten betalen 5
Cents van elke gulden, tot gedeeltelijke goedmaking der onkosten dezer
verkooping-
4 De Kooper zal, des gevorderd wordende, moeten stellen 2 goede en
sufficante Borgen, dewelke, ieder voor het geheel, als principale
Schuldenaren zullen verbonden zijn, en ten dien einde beschouwd worden
afstand gedaan te hebben van de Voorregten van uitwinning en
schuldsplitsing.
5 De Kooper zal gehouden zijn om een tiende gedeelte van het door hem
gekochte, na dat het zelve door hem zal zijn gezift en aan hoopen gesteld,
aan den Eigenaar der Tienden te cederen en aftestaan, zonder den verkooper
daarvoor iets in rekening te mogen brengen of deswegens eenige korting op de
Kooppenningen te mogen doen.-
Een Hoek Haver-gewas (de grootte onbekend) leggende in de polder de Westen
in het blok Treind, belend ten oosten Pieter Jansz Witte en ten westen Jacob
Schraag- en is daarvan Kooper geworden Cornelis Willemsz Bakker voor 35.-
Borgen Cornelis Willemsz Smit en Albert Kooiman-
Waarbij gevoegd 5 per cent tot goedmaking der onkosten dezer verkooping ter
somma van 1.75
Zoo komt alhier eene somma van 36.75
Dit gedaan en tevens door den Requirant verklaard zijnd dat hij niets
meerder verkogt wilde hebben, heb ik Notaris voornoemd, na den middag van 12
tot 1 uur bezig geweest te zijn, en alzoo niet meerder dan eene enkele
vacatie daartoe besteed hebbende, aan de omstanders bekend gemaakt dat de
verkooping was geëindigd, en heb ik vervolgens dit proces verbaal gesloten,
hetwelke na gedane voorlezing, door den Requirant, door Reijer Grooff,
koopman, en Mees Disper, sjouwerman, beide aan den Burg voormeld woonachtig,
als getuigen ten dezen opzettelijk verzocht, en eindelijk door mij Notaris
is geteekend, welke gebleven is onder de bewaring en in het bezit van den
gemelden Notaris Simon Theodorus Beets.
N 787
Voor Simon Theodorus Beets, Openbaar Notaris, in de residentie van Texel,
deze onderteekend hebbende, en in tegenwoordigheid van de nagenoemde en mede
ondergeteekende getuigen, is gecompareerd:
Frans Michielsz Witte, Landbouwer, wonende aan den Westen binnen de gemeente
van Texel voornoemt, voor hem Zelven, zoo uit hoofde van de Gemeenschap van
goederen, die tusschen hem en wijlen zijne overledene huisvrouw Martje
Gerrits Dijt bestaan heeft, als ter zake van de aan hm toekomende helfte in
de nalatenschap van de gezegde zijne overledene huisvrouw, uit krachte van
het Testament, door haar, met en benevens hem Comporant, op den 8-12-1797
voor den Notaris Jan Star, in tegenwoordigheid van getuigen, op Texel
voornoemd gepasseerd, en op den 31-1-1811 met de dood geconfirmeerd; en
wijders nog als Vader en wettige voogd ovr de 3 minderjarige Kinderen uit
het huwelijk van hem en zijnde gemelde huisvrouw gesproten, met namen Antje,
Martje en Michiel Witte.
Welke Comparant, zoo in zijn privé, als uit krachte van de autorisatie, door
den famille-Raad van de gemelde Minderjarigen op hem verstrekt bij besluit
van den 20-11-1817, blijkens Proces Verbaal van den Heere Vrederegter van
het Kanton Texel van die dag, den 27-11 geregistreerd, en door de Regtbank
van eesten aanleg zitting hebbende te Alkmaar, op den 24-12 daaraanvolgende,
gehomologeerd; van welke homologatie eene, door den Heere Griffier van
voornoemde Regtbank afgegevene en den 29-12 geregistreerde Expeditie aan de
minute dezes is geannexeerd; in deszelfs hierboven gemelde qualiteit, bij
deze tegenwoordige acte, heeft erkend wel en wettiglijk Schuldig te zijn aan
Antje Aris Graaf, weduwe van wijlen Cornelis Michielsz Witte, hebbende geen
beroep en zijnde aan den Burg, binnen de gemelde gemeente woonachtig, zoo
voor haar zelve, uit hoofde van de Gemeenschap van goederen die tusschen
haar en wijlen haren gemelden man bestaan heeft, en nog als wettige
Voogdesse over de minderjarige Kinderen van haar en van den voornoemden
haren man, met namen Antje, Aris en Jacob Witte (voor welke Antje Aris
Graaf, weduwe van wijlen Cornelis Michielsz Witte, deze erkentenis wordt
geaccepteerd door Simon Reijersz Smit, Landbouwer, wonende aan den Burg
voornoemt, in qualiteit als hare algemeene en bijzondere gemagtigde, volgens
eene Procuratie, door haar, op den 5-2-1817, voor mij Notaris, in
tegenwoordigheid van getuigen, gepasseerd en ten zelfden dage geregistreerd:
van welke Procuratie de minute in het Protocol van mij Notaris is
berustende) de somma van 1500 Guldens, wegens eene geld leening door den
voornoemden nu wijlen Cornelis Michielsz Witte bereids voorlange aan hem
Frans Michielsz Witte gedaan, zoo als de laatst gemelde Frans Michielsz
Witte belooft en zich verbindt om terug te geven en te betalen aan de
voornoemde Antje Aris Graaf, weduwe van Cornelis Michielsz Witte, ter harer
woonstede of aan den houder van de Grosse dezer acte, die zijn regt van
dezelve ontleent.-
Deze betaling zal ten allen tijde kunnen mogen en moeten geschieden, mits
die gene der wederzijdsche Comparanten welke dezelve zoude mogen begeren de
andere, ten minsten 3 maanden te voren, op eene behoorlijke wijze,
waarschuwe.
Bovendien verbindt zich de voornoemde Frans Michielsz Witte, om den gemelde
Antje Aris Graaf, weduwe van Cornelis Michielsz Witte, te betalen de
Interessen van de voorschreve somma van 1500 Guldens, van Jaar tot Jaar, te
rekenen van den 24 Junij 1817 af, en zonder eenige Korting van reeds
bestaande of toekomstige belastingen, onder welke benaming dezelve ook
zouden mogen geheven worden.-
Tot zekerheid en tot een waarborg voor de betaling van de gemelde somma van
1500 Guldens en van de Interessen daar van af komende, op zoodanige wijze
als hierboven is overeengekomen, heeft de voornoemde Frans Michielsz Witte
bij deze verbonden en in het bijzonder gehypothekeerd de goederen hierna
volgende te weten:
1 Een Huismanswoning gemerkt met N 264, benevens 4000 Roeden Lands, elkander
annex (except dat er de Burenweg doorloopt) alles staande en gelegen in de
Polder de Westen, gelegen binnen de Gemeente van Texel voornoemt, belend ten
Oosten Pieter Jansz Witte en ten Westen Jan Pietersz Dijker.-
2 Een stuk Land, groot 700 roeden, genaamt het Hammeland, leggende in de
Polder de Westen voornoemt, belend ten Oosten Hendrik Verberne en ten Westen
de Duinen.-
3 En stuk Land, groot 300 Roeden, mede gelegen in de Polder de Westen,
belend ten Oosten Jacob Kopjes en ten Westen de weduwe Aris Pietersz
Eleman.-
4 Een stuk Land, leggende in de Hemmer, mede gelegen binnen de Gemeente van
Texel voornoemt, groot 550 Roeden, belend ten Oosten Jan Bakker en ten
Westen de Mennonite Gemeente van den Burg, de Waal en Oosterend.-
Alle welke goederen aan hem Frans Michielsz Witte, zoo in privé als in zijne
meergemelde qualiteit, toebehoorende, als dezelve geerfd hebbende van zijne
reeds voor verscheidene Jaren overledene ouders.-
En heeft de voornoemde Frans Michielsz Witte verklaard, dat de voorschreve
goederen zijn vrij en ontheven van alle soort van Hypotheek, en zulks met
onderwerping aan de Straffen op bedrog gesteld, die hem door den
ondergeteekenden Notaris, in tegenwoordigheid van de mede ondergeteekende
getuigen, zijn ontvouwd, en hetwelk hij gezegd heeft wel te verstaan.-
Op deze wijze is alles overeengekomen en bepaald tusschen partijen, die, om
deze tegenwoordige ter executie te kunnen leggen, domicilie verkiezen, en
wel de eerste Comparant ten zijnen huize, en de voornoemde Simon Reijersz
Smit ten huize van zijne Last-geefster, de mede gemelde Antje Aris Graaf,
weduwe van Cornelis Michielsz Witte, op welke plaatsen partijen toestemmen,
dat alle geregtlijke acten en exploiten, aldaar geïnsinueerd, van waarde
zullen zijn; en zulks niettegenstaande alle veranderingen van woonplaatsen,
die bij vervolg zoude mogen plaats hebben;
Belovende om den geheelen inhoud dezer acte getrouwelijk naartekomen; onder
verband van alle tegenswoordige en toekomstige goederen, en onder afstand
van alles wat met deze tegenwoordige strijdig zoude mogen zijn:- zullende de
grosse worden uitgeleverd aan de voornoemde Antje Aris Graaf, weduwe
Cornelis Michielsz Witte, ten kosten van gemelden Frans Michielsz Witte,
door wien insgelijks het regt, wegens deze acte verschuldigd, gedragen zal
worden.-
Gedaan en gepasseerd aan den Burg op Texel voornoemt, ten Kantore van
gemelden Notaris, in tegenwoordigheid van Gijsbert Kerszemaker, smit, en
Mees Disper, sjouwerman, beide aan den Burg voormeld woonachtig, als
getuigen ten dezen opzettelijk verzocht, den 13-1-1818, voor den middag; en
hebben de voornoemde Comparanten, benevens de gemelde getuigen en Notaris,
na gedane voorlezing, de tegenwoordige minute geteekend, welke gebleven is
onder de bewaring en in het bezit van den gemelden Notaris Simon Theodorus
Beets.
Extract uit de minuten berustende ter Griffie van de regtbank van eerste
aanleg Zitting hebbende te Alkmaar, waar onder anderen het navolgende
gevonden wordt-
Heden den 20-11-1817 zijn voor ons Martinus Langeveld Vrederegter in dit
Canton in het bijweze van onze Griffier verscheene:
Hendrik Rijers Dijt, Jan Gerrits Dijt, beide landbouwers, Ryer Hendriks Dijt
meester smit, Gerrit Sluisman, Pieter Witte en laastelijk Dirk Witte, alle
drie landbouwers wonende alle op Texel, in dit Canton, zijnde alle
bloedverwanten en Naastbestaande van de nagelatene minderjarige kinderen van
wijlen Maartje Gerrits Dijt overleden op den 31-1-1811 in huwelijk verwekt
bij deszelfs nagelatene man Frans Michielsz Witte van beroep landbouwer,
wonende aan de Westen, binnen dit Canton, met namen Antje oud 18 Jaar,
Maartje oud 13 Jaar en Michiel oud 10 Jaar.-
Nu alle te Zamen gekomen ten verzoeke van de Vader dezer minderjarigen
Kinderen, welke te kennen gaf, dat hij volgens Besluit van den familieraad
in dato den 4-7-1816 waarvan dn acte is geregistreerd ten Bureele van Texel
op den 6 dierzelven maand: met betaling van 1 Gulden 3 stuivers en 14
Penningen onder approbatie van den regtbank van Eerste aanleg resideerende
in Alkmaar: was geauthoriseerd geworden om indien het belang zijner
Minderjarigen Kinderen zulks vorderde als dan van de onroerende goederen te
moogen verkoopen; overdragt te doen en daarvoor te quiteeren zoo als hij dan
ook met goedvinden en overleg van den Toezienden Voogd over zijn
minderjarige Kinderen zich bij requeste van den Welgemelde regtbank heeft
geadresseerd, met dien gevolge dat door dezelve aan hem Authorisatie tot de
Verkoop der onroerende goederen is verleend.
Dat hij ingevolgen van dien, een gedeelte van de onroerende goederen
opentlijk had verkogt, alhoewel hij echter buiten staat bleef met het
Provenue derzelven Eene wettige Schuld ten lasten der gemeene Boedel ten
volle te kunnen voldoen. Wenschende de overige onroerende goederen als
Eigendom zoo voor zich als zijne minderjarige Kinderen te conserveeren, dan
waardoor de zelven boedel als nog heeft bezwaard met eene Capitale somma van
1500 Guldens: zijnde met de Schuldeischers overeengekomen hij tot opzeggens
toe de nog overige onverkogten onroerende goederen: onder hem zoude
verblijven, mits hij dezelve behoorlijk tot securiteit der gemelden
Schuldeischers zou verpande en Hypotykeeren.-
Verzoekende als nu van dezen Familieraad de nodige Authorisatie om zijnen
nog onverkochte onroerende goederen: welke bestaan in een Huismanswoning
gemerkt met N 264 benevens 4000 roeden lands leggende annex in de polder de
Westen binnen de Gemeente van Texel met uitzondering dat door dezelve eene
Buren-weg loopt.
Dan een stuk Lands, groot 700 roeden, genaamt het Stammesland, leggende in
de Polder de Westen-
En een stuk Lands, groot 300 Roeden, mede gelegen in de Polder de Westen-
En een stuk Lands, groot 550 Roeden leggende in de Hemmer, mede gelegen
binnen de Gemeente van Texel voornoemt-
Alles binnen de Gemeente van Texel, tot Secuurheit van den gemelden
Schuldeischers, alle de genoemde goederen te moge verpanden, ten einde het
Eigendom derzelve te Conserveeren.
De Familieraad met onze toestemming en Bewilliging nu te Zamen gekomen in
genoegzaam getal om overeenkomstig de Wet te Kunne handelen; heeft alzoo het
voorstel, naar dat Frans Michielsz Witte zich vooraf verwijderdt had; in
overweging genomen en naar rijpen deliberatie goedgevonden de gemelde Frans
Michielsz Witte te authoriseren, onder Approbatie van de regtbank van eerste
aanleg zitting houdende te Alkmaar, zoo als dezelven hem Authoriseerd bij
deze om de gemelden onroerende goederen tot Zekerheid der gemelden Schuld
ten lasten zijnen gemeenen boedels wettig te moge Verpanden en
Hypothekeeren.
Van welke Authorisatie Acte is gemaakt die naar gedane voorlezing door den
geheele Familieraad benevens ons en onze Griffier is onderteekend.-
(Was get) Hendrik Reyers Dijt, Jan Gerrits Dijt, Reyer Hendriks Dijt, Gerrit
Sluisman, Pieter Witte, Dirk Witte, Martinus Langeveld Vrederegter en H:M:
Ahlé Griffier
geregistreerd op Texel den 27-11-1817 register deel 2 folio 2 recto Pag 4,
5, en 6 ontvangen voor regten met de verhoudingen volgens boven staande
specificatie 1.18
(was geteekend) Fabritius
Uitgegeven voor Afschrift (get) HM Ahlé
Aan de Heeren President en Leden van de regtbank van eerste aanleg Zitting
houdende te Alkmaar!
Geeft reverentelijk te kennen Frans Michielsz Witte, van beroep Landbouwer,
wonende aan de Westen in het Kanton Texel in Kwaliteit als Vader en Wettige
Voogd over zijne drie minderjarige Kinderen, in huwelijk verwekt bij wijle
zijne huisvrouw Martje Gerrits Dijt overleden den 31-1-1817 [1811]
Dat hij suppliant bij besluit van de familieraad over gemelde minderjarigen
is geauthoriseerd geworden, zoo als in bovenstaand Proces Verbaal staat
omschreven;
Dat ingevolge Art: 458 van het Burgerlijk Wetboek bovenstaande besluit van
de familieraad door de regtbank behoordt te worden gehomologeerd.
Redenen waarom de Suppliant zich is keerende tot UEd: Achtb: eerbiediglijk
verzoekende dat het UEd Achtb: moge behagen boven staand Besluit van de
famillie raad te homogogeeren. Het welk doende & (geteekend) J:J: de
Lange Procureur
Gecommuniceerd aan het publiek Ministerie en gecommitteerd den Heer regter
M: J:C: Veen om te rapporteren (get) J: Nuhout van der Veen.
Wordt geconcludeerd dat de verzogte Homologatie zal worden geaccordeerd
(geteekend)
C:D: Theunissen Oficier.
De regtbank van eerste aanleg Zitting hebbende te Alkmaar, vergaderd in
raadkamer
Gehoord het rapport van den Heer regter Mr: J:C: van Veen regter ten dezen
gecommitteerd op bovenstaand rekwest-
Gezien de conclusie van Mijn Heer de Officier-
Gezien art: 458 van het Burgerlijk Wetboek-
Homologeert bovenstaand Besluit van de familieraad-
Gedaan in raadkamer den 24-12-1817 bij de Heeren M: J: Nuhout van der Veen
President Mr: J:C: van Veen Mr: B Blok en A:A: van der Ley regters
(get) J: Nuhout van der Veen
voor expeditie afgegeven aan den Procureur de Lange op den 29-12-1817
de griffier van voorn: Regtbank, bij absentie van dezelve x
Blijkbaar was van de verkoop van het land 1500 gulden afgelost.
In 1830 was de Worsteltent N 262, Catharinahoeve 258- N 264 zou dan twee
huizen van de Worsteltent af gelegen zijn, naar het westen.
Het Boerderijenboek plaatste Frans aan de Westen, Driehuizen. Zijn ouders,
van wie hij deze boerderij erfde, waren Michiel Fransz en Antje Dirks Dijt.
De boerderij kwam van Dirk Reijersz Dijt. Michiel Fransz, zijn zoon, kwam
als eerste Witte op Groenendaal.
Maar Driehuizen is niet hetzelfde als De Westen.
Hoe kwam Kees aan 3000 gulden in die tijd? Kwam het misschien van hun vader
Michiel Fransz de kapitein? Die was al in 1786 dood, zijn vrouw in 1789. De
jongens, die in Amsterdam geboren waren in 1773 (Kees) en 1774 (Frans) waren
toen nog maar klein.
Kregen zij geld bij hun volwassenwording? Nam Frans de boerderij over en was
Kees daarvoor ongeschikt? Was hij daarom schoenmaker? Kreeg hij zijn deel in
geld? Leende hij toen ook nog zijn geld uit? Leefde Kees en zijn vrouw
daarom zo sober?
Homologatie is uitvoering van een gerechtelijk akkoord.
N 932
Heden den 11-3-1843 compareerde voor Johannes Ludovicus Kikkert, Notaris in
het arrondissement Alkmaar, residerende te Texel, ter presentie van de
natenoemen getuigen
1 Michiel Fransz Witte, doende boerenbedrijf, wonende in den polder de
Westen te Texel, zoo voor zich zelven, als tevens in qualiteit van voogd
over de minderjarigen Jan en Antje, kinderen van wijlen Frans Michielsz
Witte in huwelijk verwekt met mede wijlen Antje Fransdochter Ratelaar,
daartoe benoemd en aangesteld door den heer Regter Plaatsvervanger
voornoemd, na verhoor der bloedverwanten van dezelve minderjarigen blijkens
deszelfs verbaal van den 17-5-1842 behoorlijk geregistreerd, ter Eenre-
2 Cornelis Gerritsz Smit, kastelein wonende aan den Burg alhier in qualiteit
van toeziende voogd, over dezelve minderjarigen, daartoe benoemd en
aangesteld door genoemden heer Regter Plaatsvervanger voornoemd, mede na
verhoor als voren, blijkens verbaal van denzelfden datum, behoorlijk
geregistreerd, ter Tweeder-
3 Jacob Simonsz Dijt, doende boerenbedrijf, wonende in den polder den Burg
alhier in qualiteit van vader en mitsdien wettige voogd over deszelfs zoon
Simon, door hem in huwelijk verwekt met wijlen Antje Witte ter derder-
4 Genoemde Michiel Fransz Witte in qualiteit van toezienden voogd over
denzelven minderjarigen, daartoe benoemd en aangesteld door dikwerf
genoemden heer Regter Plaatsvervanger, na verhoor der bloedverwanten, van
denzelven minderjarigen mede blijkens verbaal, van den genoemden Heer des
gepasseerden jaars, behoorlijk geregistreerd te Texel-
5 Martje Witte, huisvrouw van en ten dezen geadsisteerd en geauthoriseerd
door Gerrit Gorter, doende boerenbedrijf, wonende in den polder de Westen
gemeld, ter vijfder of laatst zijde-
Zijnde voornoemde Michiel, Antje en Martje Witte kinderen van wijle Frans
Michielsz Witte, in eerder huwelijk verwekt met Martje Gerrit Dijt en Jan en
Antje benevens de hierna te noemen Cornelia, kinderen door hem in huwelijk
verwekt met wijlen Antje Frans Ratelaar, terwijl alle de voornoemde ten deze
verschijnende personen aan ons Notaris bekend zijn.-
Te kennen gevende:
Dat zij comparanten zoo in privé als qualiteit, gemeenschappelijk, en in
ongelijke deelen zijn bezittende de nalatenschap, van hunnen vader en
grootvader Frans Michielsz Witte, gewoond hebbende en in den polder de
Westen gemeld overleden.-
Dat dezelven Frans Michielsz Witte, onder het vigeur van het alhier bestaan
hebbende Landregt in legale gemeenschap van goederen, is gehuwd geweest met
Martje Gerrits Dijt.-
Dat hij door haar benoemd tot erfgenaam van het disponibele gedeelte (zijnde
de helft) harer nalatenschap blijkens testament door haar op den 8-12-1797
voor wijlen de alhier gemodereerd hebbende Notaris Jan Star in presentie van
getuigen mutueel verleden en op den 31-1-1811 door haar met den dood
geconfirmeerd.-
Dat deze gemeenschappelijke boedel behoorlijk is geconstateerd bij akte van
boedelscheiding op den 20-7-1815 ten overstaan van den alhier gemodereerd
hebbende Notaris Simon Theodorus Beets in presentie van getuigen verleden,
behoorlijk geregistreerd, waaruit blijkt dat dezelve alstoen bestond in en
partij huisraad, kleederen en lijfsieraden, boerengereedschappen, hooi en
vee, en verdere roerende goederen te zamen gewaardeerd op eene som van 1679
guldens 36 cent benevens eene huismanswoning met een partij bouw, weid en
hooi land, hebbende te zamen een oppervlakte volgens de toenmalige maat van
22 bunders, 6 roeden en 10 ellen, staande en gelegen in den polder de Westen
en den Burg te Texel, waarbij echter nog behoord gevoegd te worden de aan
Martje Gerrits Dijt competerende portien erfenis, in de moederlijke
nalatenschap, welke later door Frans Michielsz Witte ontvangen, en
bedragende volgens opgave eene som van 850 guldens.- moetende echter van dat
actief de schulden volgens gemelde Inventaris bedragende 4409 guldens worden
afgetrokken.-
Dat dezelve Frans Michielsz Witte van de onroerende goederen 9 bunders 5
roeden en 12 ellen heeft verkocht tot eene som van 1596 guldens blijkens
acte van publieke verkoop op den 12-2-1817 ten overstaan van voornoemden
Notaris STh Beets in presentie van getuigen verleden, behoorlijk
geregistreerd.-
Dat dezelve zonder met zijne kinderen den boedel te hebben verdeeld en
vereffend, onder de laatst voorgaande wetgeving in legale gemeenschap van
goederen is gehuwd geweest met Neeltje Frans Ratelaar.-
Dat staande dat huwelijk nog door hem van voorschreve vaste goederen zijnde
verkocht 415 bunders 15 ellen, voor eene som van 1355 guldens, blijkens acte
op den 2-2-1831 en den 13-2-1832 ten overstaan van den alhier residerende
Notaris Meester Willem Bok in presentie van getuigen verleden behoorlijk
geregistreerd.-
Dat hij door genoemde Neeltje Frans Ratelaar is benoemd tot erfgenaam voor
het disponibele gedeelte harer nalatenschap, blijkens testamentaire
dispositie op den 15-7-1839 ten overstaan van ons Notaris in presentie ven 4
getuigen verleden, door haar den 20-3-1840 met de dood geconfirmeerd en den
25-5 daaraanvolgend alhier geregistreerd.-
Dat vervolgens den gemeenschappelijken boedel van Frans Michielsz Witte en
Neeltje Frans Ratelaar mede behoorlijk is geconstateerd bij acte van
boedelbeschrijving, op den 7-9-1840, ten overstaan van ons Notaris in
presentie van getuigen verleden, behoorlijk geregistreerd, waaruit blijkt,
dat die gemeenschappelijke boedel toen bestond uit een partij meubelen,
kleeederen, lijfsieraden, boerengereedschappen, have en vee, en andere
roerende goederen te zamen gewaardeerd op en som van 921 guldens, 5 cents,
waarvan breder moeten worden afgetrokken de schulden van 1254 guldens,
waaruit dan volgt, dat een passief bestond van 332 guldens 95 cents.-
Dat daarna dikwerf genoemde Frans Michielsz Witte op den 1-5-1842 in den
polder de Westen alhier ab-intestato is komen te overlijden.-
Dat diens boedel almede behoorlijk is geconstateerd, bij acte van
boedelbeschrijving op den 11-5-1842 ten overstaan van ons Notaris in
presentie van getuigen verleden en behoorlijk gergistreerd; blijkende daar
uit dat dezelve bestond in en partij huisraad, kleederen, lijfsieraden,
koper, en werd de gezamenlijke waarde 694 guldens mitsgaders in eene
huismanswoning, met een partij bouw wei en hooiland x hout en water, staande
en gelegen in de polder Zuid en Noordhaffel en den Burg alhier; hebbende te
zamen eene oppervlakte van 1230 roeden en 43 ellen en bekend bij het
kadaster in Sectie E 888, 890, 943, 944, 950, 952, 953, 954, 955, 956, 957,
958, 959, 979 en in Sectie K nummer 912 en 915.-
De gemene en onverdeelde helft in een stuk hooilanden gelegen in den polder
Zuid en Noordhaffel gemeld bij het kadaster in Sectie E 560 groot van het
geheel 1 bunder 94 roeden en 20 ellen, belendende den tweeden helft tegen
dit perceel aan Dirk Pietersz Witte (alhier moetende echter van dit actief
het passief dier nalatenschap ten bedrage van 894 guldens 7 cent worden
afgetrokken) terwijl mede als eene Schuld dezer nalatenschap is primair
berustend de van de eerste, derde en vijfde competerende legitime portien of
die juist in de voorschreve huwelijkse nalatenschap ter somma van 1260
guldens en 40 cents.-
Dat echter bij voorzeide Inventaris is gecomitteerd te vermelden eene
inschuld welke den boedel was hebbende, ten lasten Jacob Simonsz Dijt
voornoemd, als door x x x eene som van199 guldens 97 cents, x x eenige
geleende gelden, wordende het actief der nalatenschap alzoo tot dat bedrag
vermeerderd, almede wegens het verschuldigde van eenige personen, tot een
bedrag van 30 gulden 63 cent, welke eerder bij den inventaris niet zijn
vermeld.-
Dat dezelve roerende en onroerende goederen vervolgens in het openbaar ten
overstaan van ons Notaris en Ambtgenoot zijn verkocht, blijkens proces
verbaal van den 18-5 en den 26-9 des gepasseerden jaars beiden behoorlijk
geregistreerd, terwijl de eerste goederen tot den dag der aanvaarding zijnde
den 20 Maart dezes jaars, x x zijn verhuurd blijkens acte van den 17-5 en
den 21 Juny 1843 ten overstaan van ons Notaris en Ambtgenoot verleden,
behoorlijk geregistreerd.-
Dat gedurende dezen staat van onvermogendheid en was op den 2-1-1842 alhier
overleden Cornelia Witte, minderjarige dochter van Frans Michielsz Witte, in
huwelijk verwekt met Neeltje Frans Ratelaar.-
En eindelijk dat partijen verlangden deze gemeenschap te doen eindigen; en
tot vereffening, daar van overgegaan zijnde hebben geformeerd de navolgende
Staat des Boedels
1 Het provenu der verkochte roerende goederen bedraagt 814.89
2 Huurpenningen 500.07
3 Verkochte onroerende goederen 3771.50
4 Ontvangen van Jacob Simonsz Dijt, comparant ten derden zijde, het door hem
verschuldigde 199.97
5 Van eenige personen 30.63
5317.06
Schulden en Lasten
1 Aan de eerste, derde en vijfde Comparanten de hun competerende portie
erfenis of de helfte in de ouderlijke nalatenschap, ieder ter somma van 420
gulden13 ½ cent, te zamen uitmakende een som van 1260.41
2 Aan dezelven eene gelijke som, als door den overledene Frans Michielsz
Witte is betaald van de helft, in de gemeenschappelijke schuld zijner tweede
huisvrouw, tot dekking van het hiervoren omschreven passief, welke dan alzoo
geacht moet worden, daar de minderjarigen Jan, Antje en Cornelia uit de
vaderlijke nalatenschap waaruit te zijn genoten ad 166.47
3 Aan de onderscheidene schuldeischers deze nalatenschap, zoodanig als die
behoorlijk zijn geconstateerd bij de hiervoren aangehaalde akte van
boedelbeschrijving een som van 1898.07
4 Voor kosten van Inventarisatie, beëdiging van Taxateur, kantongeregt,
Zegels en Registratie, regten en verdere verschotten tot dusverre op de
beredding des boedels gevallen, alsmede voor zielemissen en uitvaartdiensten
van den overledenen en wegens het betaalde aan differente personen welke ten
tijde van het formeren der boedelbeschrijving onbekend waren, doch na dato
hunne pretensien hebben ingeleverd eene somma van 985.93
Makende eene som van 4306.88
Zoodat de zuiver de verdeelen massa bedraagt eene som van 1010.15
Ieder 168.36 ½
De Roomsch Katholijke gemeente van de Burg, zulks accepterende het aan de
rfgename Cornelia Witte competerende deel, als zijnde zij overleden in eene
armeninrigting aan die gemeente toebehorende, en die inrigting alzoo
ingevolge denzelven bijzonderen wetten tot hare nalatenschap uitsluitend
geregtigd.-
Waarvan Acte
Getuigen Gerrit Kopjes, bakker en Jacob Smit, doende boerenbedrijf
Frans Michielsz Witte was in 1832 eigenaar 565. Ik vond als zijn eigendom:
D 980 981 982 983 979 979a 952 953 954 955 956 957 958 959 976 977 978
E 943 952 953 954 955 956 957 958 959
Driehuizen is 67 68 70 71 72 Eigenaar van 70 Huis en erf was 387= Martinus
Langeveld.
In 1842 had hij nog
Sectie E 888, 890, 943, 944, 950, 952, 953, 954, 955, 956, 957, 958, 959,
979
Sectie K nummer 912 en 915.- zijn de Hammenlanden, het benedenste of grote
K912, het bovenste of kleine K 915, gelegen in de bocht van de
Duinweg-Okusweg-Rozendijk bij de Vergeven Hoek.
Er is geen sprake van het erven en verkopen van de plaats van zijn vader
door Michiel Fransz.
N 1101 Cessie van Inschuld ad 1340.-
Heden den 19-1-1845 compareerde voor Johannes Ludovicus Kikkert, Notaris in
het arrondissement Alkmaar, residerende te Texel, in presentie van de
natenoemen getuigen-
De heer Pieter Simonsz Wuis, zaakwaarnemer, wonende aan den Burg te Texel,
ons Notaris bekend.-
Dewelke verklaarde verkocht te hebben onder vrijwaring als naar regten en
mitsdien te cederen en overtedragen aan en ten behoeve van den WelEdelen
Heer Jacob Pietersz Dijksen, voornaam landeigenaar, mede binnen deze
gemeente woonachtig, en ons Notaris bekend, die ten deze mede compareerde en
verklaarde zulks te accepteren-
1 Twee schuldvordeningen, hierna breder te omschrijven ten lasten Michiel
Fransz Witte, doende boerenbedrijf, wonende in de polder de Westen, en
Martje Hendriks Spigt, huisvrouw van en geadsisteerd en geauthoriseerd door
opgemelde Michiel Fransz Witte, spruitende uit in der tijd geleende gelden,
losbaar ten allen tijde binnen 3 maanden na behoorlijke terugvordering,
loopende tegen eene intrest van 5 % sJaars, alles ingevolge de natemelden
acten van schuldbekentenis, als:
a Eene acte van schuldbekentenis, groot 600 gulden, den 12-2-1838 ten
overstaan van ons Notaris in presentie van getuigen verleden, behoorlijk
geregistreerd en ingeschreven ten kantore van de bewaring der hypotheken te
Alkmaar den 15-3 daaraanvolgende, in deel 35 onder nommer 278, en welke
inschrijving ten genoemden kantore is vernieuwd geworden, den 28-8-1843 in
deel 17 n 100.-
b Eene acte als boven groot 400 guldens den 29-8-1838 mede ten overstaan van
ons Notaris in presentie van getuigen verleden, behoorlijk geregistreerd en
ingeschreven ten kantore van de bewaring der hypotheken te Alkmaar den 28-9
daaraanvolgende, in deel 36 n 275, welke inschrijving ten genoemden kantore
is vernieuwd den 28-8-1843 in deel 17 n 101.-
en zulks wel uitdrukkelijk met alle de verbonden en speciaal met de
onderzetting op de tijd constitutieven titels verbonden goederen, staande en
gelegen in de polder de Westen en Zuid en Noord Haffel te Texel bekend bij
het kadaster dier gemeente met eene oppervlakte van 9 bunders 65 roeden en
20 ellen in sectie K n 875 876 877 878 862 887 888 en gedeeltelijk 898 en in
sectie E n 759 760 en 1001.-
2 Eene schuldvordering ten laste Wilkes Pottegieter, arbeider, wonende in
den polder het Oude Schild te Texel en Grietje Schellinger, eerder weduwe
Klaas Platvoet, thans huisvrouw van en geadsisteerd en geauthoriseerd door
opgemelde Wilkes Pottegieter, groot 340.- spruitende insgelijks uit in der
tijd geleende gelden, mede losbaar ten allen tijde binnen 3 maanden na
behoorlijke terugvordering, loopende tegen eene intrest van 5 % in het jaar,
blijkens acte van schuldbekentenis den 16-8-1842, ten overstaan van ons
Notaris in presentie van getuigen verleden, behoorlijk geregistreerd en
ingeschreven ten kantore van de bewaring der hypotheken te Alkmaar den 12-9
daaraanvolgende in deel 8 n 14.-
En zulks mede met alle de voorregten en hypotheken aan den inschuld
verbonden, en speciaal met de onderzeting op de bij dezelfde acte verbondene
goederen, staande en gelegen in den polder het Oude schild et Texel, bekend
bij het kadaster met eene oppervlakte van 3 bunders 78 roeden en 80 ellen in
sectie D n 417 418 419 420 1237 1343 1344 1355 en 1357.
En ten einde de cessionaris voorschreven kapitalen met de interessen sedert
heden van de debiteuren zouden kunnen ontvangen, zoo zijn de grossen van
gemelde acten van schuldbekentenis met hypotheek met de borderellen der
genomene inschrijvingen, aan dezelve bij het passeren dezer overhandigd.-
Deze koop en verkoop is gedaan voor een som van 1340.- welke de cedent
erkent ontvangen te hebben en waar voor hij den cessionaris quiteerd bij
deze, hem wijders stellende en surrogerende in alle die regten als welke de
cedent volgens de genoemde acten waren competerende zonder eenige reserve
met bevoegdheid aan de zijde der cessionaris om deze overdragt ten kantore
der hypotheken te doen aantekenen of daarvan zoodanige melding op de
registers te doen maken als hij nodig oordeelt of bevonden zal worden te
behoren.-
Op deze wijze is alles overeengekomen bij partijen die ter executie dezer
domicilie kiezen aan hunne tegenwoordige x woonplaatsen.-
Waarvan Acte.-
Getuigen Simon Luitze en Pieter Kalis
Een cessie of een overdracht van schuldvordering is de
levering
van vordering
op naam. Iemand die een op naam gestelde vordering heeft op een andere
partij, en deze vordering niet zelf kan of wil incasseren, kan de vordering
overdragen, cederen, aan een derde partij. Deze partij, de
cessionaris
, betaalt daarvoor een bedrag, meestal wat lager dan de hoogte van de
vordering in verband met de te maken kosten en het aan de cessie verbonden
risico.
Michiel Fransz Witte (1807-1856) van de Westen, getrouwd in 1837 met Martje
Spigt (1819-1888) van de Koog. Ze hadden 9 kinderen, Frans, Aagje, Gerrit,
Marretje, Frans, Hendrik, Cornelis, Harmen en Jan. De jongens waren de
Mathanen, de hanen van Martje. Toen ze weduwe werd fokte ze kippen en
verkocht de haantjes. Groenendaal.
sectie K n 875 Groenendaal 876 Kerkeland 877 Schoolerf 878 Huiskoog 862
Bolle Koog 887 Hofstede 888 Spakenland
Wilkes Pottegieter (1783-1853) van Oudeschild en Grietje Teunis Schellinger
(1786-1853) van Oudschild, beiden gestorven aan de Hoogeberg. Hij was
weduwnaar van Stijntje Willems Buijssekool (1769-1828), 4 kinderen jong
gestorven. Zij was in 1815 getrouwd met Klaas Pietersz Platvoet (1755-1829)
van Oosterend. Ook de gestorven echtgenoten woonden aan de Hoogeberg, net
als Teunis Schellinger en de klein Cornelis Platvoet.