Huizinga's Doopsgezinde pastorie

Ik herkende naauwelijks mijne vroegere woning . Dat schreef Jakob Huizinga op toen hij in 1881 de gerenoveerde pastorie zag. Het huis dat hij had verlaten in 1879 zag er heel anders uit.





Reconstructie, opgemaakt uit de dagboekaantekeningen

Op het stoepje voor de deur stond dominee Hoekstra, toen in 1795 een horde uitbundige Texelaars het dorp inkwamen.

De vaart was in 1795 gestremd door het ijs, dus kwam er ook geen post en geen beicht over de toestand waarin het land verkeerde. Een loodsschuit kwam op 25-1-1795 naar Texel, bracht ook post mee, brief voor DG predikant Sytze Hoekstra, waarin stond dat in den Helder al een Franse bezetting lag. De volgende dag was dit over heel Texel bekend, tot vreugde van de patriotten. Een troep van 100 mensen trok met veel rumoer door den Burg, hier en daar ruiten ingooiend. Bij Hoekstra's woning werd geroepen "Bij de Mennisteprediker moeten de ramen er ook aan!"

Hoekstra stond op de stoep bedaard een pijpje te roken, zodat de schreeuwers dit niet durfden te doen. Zelfs werd hij door sommigen vriendelijk gegroet (verhaal fam. H).

OUD HUIS

Op 21 juli 1769 kochten de Friese diakenen voor hun predikant het huis Waalderstraat 5 voor 1000 gulden van Pieter Sijmens Graaf. De tuin grenst aan de Vermaning, zodat de leraar nu via de achtertuin de Vermaning kon bereiken.

In 1772 verenigden de Friese en Vlaams-Waterlandse Vermaningen zich tot één Doopsgezinde Gemeente.

Het gebouw was in 1769 zeker niet nieuw. Het werd onderhouden, maar niet ingrijpend verbouwd. Van werkelijke verbetering kwam het pas na het vertrek van Huizinga in 1879, toen het huis voor de familie Bakels 'bewoonbaar' werd gemaakt. De voordeur en de gang werden toen uit het midden naar de linkerzijkant verplaatst, zodat een ruime voorkamer gemaakt kon worden. De aangebouwde zijkamer werd afgebroken en de buitenmuur gestuct. Hoe het gebouw meer naar achteren was ingedeeld is niet meer na te gaan, daar werd later een zaal van gemaakt, waarin men een kleuterschool ging houden.

Hoe het gebouw meer naar achteren was ingedeeld is niet meer na te gaan, daar werd in de 20e eeuw een zaal van gemaakt, waarin men een Doperse kleuterschool ging houden. De achterkant van het huis is sinds 1852 onveranderd, toen de studeerkamer werd gebouwd boven de keuken en het plaatsje.



Texelsche Courant 3-8-1930

De Nutsbewaarschool, gevestigd in de voormalige Doopsgezinde pastorie aan de Waalderstraat, wordt Dinsdag weer geopend. Het gebouw werd onder leiding van de heer J. van der Pijl grondig gerestaureerd. Het was een heel probleem van de oude pastorie met haar ouderwetsche inrichting een behoorlijk schoolgebouw te maken, met ruime, frissche en lichte leslokalen, goede kleedkamers behoorlijke verwarming, Hygiënische privaten enz. Daartoe uitgenoodigd, hebben we er gisteren een kijkje genomen. Men was nog met man en macht in de weer om op tijd gereed te komen. Men vindt de oude pastorie niet meer terug: bedsteden zijn weggebroken, kamers bijeen getrokken, wanden en plafonds verfrischt, vloeren aangelegd enz enz. Niets is nagelaten wat het jonge volkje dienen kan.

Onwillekeurig schoten ons de eerste regels van dat aardige verschje van Hölty te binnen: 'Hoe zalig, wien eens jongenskiel Nog om de schoud'ren glijdt'

LERAREN

Sytze Hidzersz Hoekstra kwam in 1790 als Leraar der Doopsgezinden op Texel.

Na een diensttijd van 37 jaren stierf de leeraar Sytze Hoekstra den 7-6-1814. Nu werd het beroep opgedragen aan zijnen vorigen kweekeling Hendrik Veenstra, thans te Ouddorp gevestigd.

Hendrik Cornelisz Veenstra van was geboren in 1777 in Oudesluis, overleden in 1847. Hij trouwde Jannetje Sijbrands Koning (1772-1855), dochter van Sijbrand Koning (1728-1802), een van de rijkste mannen van Texel. Ze gingen via Den Helder, Middelie en Ouddorp terug naar Texel. Huizinga: In 1843 legde hij zijn dienstwerk neder. Hij vertrok naar Nieuwendam, waar hij vier jaar later overleed. In 1844 werd ik 's mans opvolger .

In de kerkeraadsnotulen van september 1843 werd geschreven over onteerende geruchten, zonder nadere uitleg. Men wist toen zo wel wat er aan de hand was.

Op 6 october werd besloten dat Veenstra meteen moest vertrekken. Men stuurde hem met emeritaat met behoud van een jaarwedde van 600 gulden. Na 29 jaar stelde men geen prijs meer op zijn dienst, terwijl men hem eerder niet had willen laten gaan, toen hij zelf vroeg om een kleinere betrekking. Het lijkt er op dat er iets was met vrouwen, ongewenste intimiteiten?

9 Augustus 1846. Leendert Jakobsz Brans te Oosterend verhaalde mij uitvoerig de geschiedenis van Hendrik Cornelisz Veenstra's verwijdering. Hij scheen nog aan de echtheid der beschuldiging tegen hem te twijfelen (Aaltje Aries Rab, maar ook Antje Cornelis Koorn en Neeltje Hans waren medebeschuldigden).

Huizinga was zelf Doopsgezind leraar op Texel van 1844 tot 1879.

De eerste kennismaking met zijn toekomstige woonhuis viel Huizinga niet mee

24 November 1843. De gang van de pastorij die mij weinig beviel is lang 35 treden, de tuin is 30 treden lang en 35 breed .

Er was een achterhuis en een voorhuis, met een gang in het midden, een binnenkamer, achterkamer, keuken, het westelijke en het gele zijkamertje, de voorkamertjes, het bovenslaapkamertje. In veel kamers waren bedsteden.

Onderhoudswerkzaamheden

Wonen in een huurhuis is valt voor de bewoner vaak niet mee. Huizinga vroeg om verbeteringen, maar kreeg vaak niet wat hij wilde. Ondertussen moest zijn gezin zich beheldpen in een oud en ondoelmatig ingericht huis. De Kerkeraad besliste.

Het onderhoud bestond voornamelijk uit verven en behangen, een beetje opknappen, maar geen wezenlijke verbeteringen.

30 April 1847. Des namiddags niet naar de Kerkeraadsvergadering geweest om druk werk, maar wel hoofdzakelijk omdat ik de vergadering een vrij woord wilde laten over de veranderingen, die er aan mijne woning waren te maken. Ik had gesproken van een nieuwe studeerkamer, 2 ramen in de middelkamer, houten vloer in het zijkamertje, vernieuwing der muur van 't schuurtje .

Die Kerkeraad liet alleen doen wat echt nodig was, liefst met algemene stemmen.

16 Maart 1848. Pronk verklaart zich sterk tegen het stelsel van Gerrit List dat de minste reparatie van de Pastorij enz in de Kerkeraad bediscussieerd zou moeten worden. De zaden van twist en verdeeldheid schuilen maar al te zeer in de Gemeente .

En wat de Raad niet toestond moest Dominee zelf maar betalen. Daar kon inderdaad gemakkelijk ruzie van komen.

31 Maart 1848. Kerkeraadsvergadering. Ik breng de rekening ter tafel van den timmerman Jan Zuidewind, die de boekhouder Gerrit List verleden jaar als ten mijnen laste heeft gelieven te laten. Simon Keyser wil echter toestaan dat dezelve betaald wordt .

Verven en behangen

24 February 1849. Vandaag werd onze gang voltooid. Dezelve is van kalk ontbloot en van nieuws besmeten, nadat eerst de toog van de binnendeur gemetseld is. Zes of meer kruiwagens vol afgebikte witkalk werd uitgebragt .

29 April 1849. De commissie van de Kerkeraad vindt het goed dat de zolder van de gang geverwd, in de binnenkamer een nieuw raam en in 't zijkamertje een houten vloer wordt gemaakt .

19 Maart 1852. Albert Bakker [heeft] de lambrizering in de binnenkamer geverfd, Aris Bremer des namiddags aldaar de 2 bedsteden van binnen en de vloer, ook die van 't voorhuis, geverwd .

27 Maart 1852. Albert Bakker hier het behangsel gerepareerd, Aris Bremer de vloeren van de gang en de zijkamer geverwd. Vandaag is het huis schoon gekomen tot mijne groote blijdschap .

Studeerkamer

Deze werd boven de keuken en het plaatsje gebouwd. Niet iedereen vond dat de dominee zoiets nodig had, maar deze keer waren de diakenen het wel met elkaar eens.

21 Mei 1852. Pronk hier om opmetingen te doen voor een nieuwe studeerkamer.

23 Augustus 1852. Half 6 opgestaan en begonnen het bovendeel van het achterhuis leeg te maken voor de bouwing van de nieuwe studeerkamer. Te 8 ure kwam Pronk en 5 knechts om dat deel van het huis af te breken. Dit was des avonds volbragt .

24 Augustus 1852. De kamerbouw wordt door schoon weder begunstigd. Vandaag is de groote steen- en houtmassa, waarmede de straat bedekt was, weggeruimd, zijn de pilaren gezet en de zolder daarover gelegd.

Van voormiddag de Heer G. List even hier. Hij verhaalde dat P.G. Bakker tegen hem ook aanmerkingen had willen maken over de kamerbouw, doch dat hij List hem had afgewezen met de aanmerking dat zij die gaarne de diakenspost aan anderen overlieten, daarvan nu niet moesten spreken als de zaak eerst door 8 diakens was goedgekeurd. List oordeelde een nieuwe studeerkamer een nuttige en noodige verbetering .

25 Augustus 1852. Vandaag veel regen, die in het van achter open huis onaangenaam aankomt. Vandaag is het spoutwerk opgeze t.

De keuken had nu geen rechte schoorsteen meer, wat tot problemen met de afvoer leidde. Het duurde lang voor die waren opgelost.

4 September 1852. Met Pronk overlegd om, daar de lange zinken pijp aan de achtergevel de keukenrook niet optrekken wil, nu een kookkagchel van Amsterdam te ontbieden. Daarover aan broeder Juriaan geschreven. Vandaag zijn C. Luitse en Jakob List meest werkzaam geweest om de boekenplanken er in te maken. Het werk is nog niet geheel af, evenwel is de ballast binnen en buiten vandaag opgeruimd, nadat wij er 14 dagen mee gezeten hebben .

6 April 1853. Des morgens W. Bispinck hier om in de keuken de binnenschoorsteen weg te breken enz, om de kookkagchel voeglijker te plaatsen (C. Luitse en H. Dalmeijer tevens ).

Aan de achtergevel van de Pastorie is sindsdien nauwelijks meer iets veranderd.

Ondertussen was nu de keuken aan verbetering toe, wat ook niet zomaar gebeurde.

29 April 1853. Kerkeraadsvergadering. Ik had zoo gevreesd voor een onaangename afloop daarvan, maar dat viel boven alle verwachting uit. Zij stemden allen gereedelijk toe dat in de pastorij die verbeteringen werden aangebragt die aangewezen werden, nieuwe trap, verwen, enz .

Het was ook deze keer vooral verven, maar een nieuwe vloer en raamkozijn was kennelijk onontkoombaar.

3 Mei 1853. Pronk hier om de maat te nemen van het raam in de keuken.

9 Mei 1853. De vloer in de keuken komt klaar. De kagchel weer gezet en gestookt .

18 Juny 1853. Aris Bremer hier om de vloer in de woonkamer te verwen.

21 Juny 1853. Des namiddags Bispinck en Luitse hier om het raam in de keuken te plaatsen, zoo ook de volgende dag .

En zo ging het jaar aan jaar door.

5 September 1854. Begonnen om in het geele zijkamertje nieuw behangsel te maken. Jakob List hier om 't voorschot te repareeren . Het huis had nog een houten voorschot.

Bij C. Eelman mijn uitschot voor behangselpapier enz terug te ontvangen, 35 gulden.

13 September 1854. Albert Bakker ook het groene zijkamertje behangen.

28 April 1856. Vandaag zijn zij begonnen met de binnenkamer schoon te maken en zijn wij weer in 't zijkamertje gaan wonen. Jan Vlaming en Willem Bispinck hier, de ijzeren plaat in de achterkamer weggenomen, het kinderbedstede binnen gerepareerd .

25 Juny 1856. Gister met Geke het oude tapijt van de achterkamer op de studeerkamer gepast. Deze namiddag Willem Duinker aan 't naaijen daarvan. Hij besteedde er 35 uur aan, waarover hij declareerde 4 gulden .

30 July 1857. Gister heeft Klaas Luitse de goten rondom 't huis weggenomen om deze te verbeteren .

30 April 1861. De zoons van Simon Dekker hier om de binnenkamer te verwen en te behangen (daartoe was noodig 6 rollen behangpapier à 50 cent en 3 rollen rand à 8 stuivers. Pronk wil dat het groene zijkamertje ook opgeknapt worde .

8 April 1868. Jakob Roeper hier om na te zien wat er aan de pastorij verbeterd moest worden.

13 Mei 1868. De timmerman en metselaar hier.

26 Mei 1868. Vandaag de herstelling van het wester zijkamertje met nieuw behangsel enz begonnen door Jakob Dekker .

30 Mei 1870. Rens Daalder hier om op de zolder eene bedstede te maken.

9 Juny 1870. Het bovenslaapkamertje komt vandaag klaar.

30 Maart 1871. Kerkeraadsvergadering. De commissie voor de gebouwen brengt haar rapport uit. De verbeteringen in mijn pastorij gereedelijk toegestaan: het afwerken van 't bovenkamertje, het behangen van de 2 grootste kamers, verwen van de gang en trap .

4 April 1871. C. Luitse begonnen met het afwerken van het bovenkamertje.

26 April 1871. De schilder Jakob Bruin is in de binnenkamer aan het behangen. Hij voleindde het den volgenden middag .

16 Mei 1871. De laatste dagen der vorige week altijd Bruin aan 't behangen en verwen gehad. Zoo ook gisteren en vandaag. De achterkamer, voor driekwart gereed, blijft nu onafgedaan omdat het behang uitverkocht is .

17 Juny 1871. Mevrouw Ensing hier om afscheid te nemen, gaat op reis naar Groningen voor 9 weken. Zij neemt een staal behangselpapier der achterkamer mede in hope dat dit in Groningen verkrijgbaar mag zijn .

20 Juny 1871. Katrina en ik aan 't behangen van 't voorkamertje boven.

22 Mei 1876. De verwer J. Dekker hier in de gang en de binnenkamer, achterkamer, trap.

23 Mei 1876. De verwer als boven, in de achterkamer de gemarmerde houten haard wat bijgeschilderd en gevernis t.

24 Mei 1876. De verwer stelt ons teleur, door niet te komen, terwijl alles hier overhoop ligt . Dat doen schilders nog steeds. Dekker was de 24e weer aan het werk.

2 July 1878. Gister waren Jakob Roeper en Johan Keyser hier om eens op te nemen wat de timmerman, verwer en metselaar hier aan het huis te verrigten zouden hebben .

18 July 1878. Jan Dekker hier gister een goot geweest te verwen, het huis van achteren enz .

Het huis werd voor Bakels 'bewoonbaar' gemaakt.

In 1879 ging dominee Huizinga met emeritaat. Hij was inmiddels 70 jaar, waarvan hij 44 jaar op Texel had gewerkt. Zijn opvolger was Pieter Simon Bakels, die eerst in Den Hoorn en in De Waal had gestaan. Misschien wist Bakels zijn woonwensen beter over te brengen dan Huizinga, of misschien was een verbouwing onontkoombaar.

30 January 1879. Laatste Kamerdag, Rekendag aan de Waal. Op de terugreis met Sijbrand Jans Keyser in de wagen sprak deze van de wijze waarop mijn pastorie verbouwd kon worden voor Bakels (bijzonder aangenaam was 't een en ander mij niet) .

22 February 1879. Laatstleden vrijdagvoormiddag P. Boon en Joh. Keyser hier geweest om 't huis te bezien met 't oog op bouwplannen om 't huis voor Bakels in Augustus bewoonbaar te maken . Huizinga dacht daar duidelijk het zijne van. Nu kon het wel!

27 February 1879. Kerkeraadsvergadering. Op deze vergadering uitvoerige gesprekken (waaraan ik geen deel nam) over de toekomstige verbouwing van mijner pastorij.

Alle Diakens en Bakels mede, zullen a.s. maandag eens inspectie komen houden (Bakels wilde blijkbaar eene geheele vernieuwing) .

27 Maart 1879. Kamerdag aan de Waal. De verbouwing mijner pastorij druk besproken. Er zal ook een bovenvoorkamer gemaakt worden .

19 Juny 1879. Des morgens 10 uur P. Boon, J. Roeper en Klaas Plavier hier om aan een aantal timmerlui, metselaars enz aanwijzing in loco te doen van de veranderingen die er aan de pastorij zullen plaats hebben, tot omstreeks 12 uur .

26 Juny 1879. Des namiddags Kamerdag aan de Waal, de laatste door mij bijgewoond. Heden werd het verbouwen der Pastorij aangenomen door Rens Daalder als laagste inschrijver voor ruim 1100 gulden .

Huizinga kwam nog één keer terug op Texel.

14 Mei 1881. [Bezoek aan Texel] Om 5 uur des morgens aan wal, te 8 ure weer aan den Burg, waar de meid al op was maar de anderen nog in de slaapkamer. Wij werden met de meest gulle blijdschap ontvangen, bezigtigden huis en tuin vóór en na het ontbijt, onder eindeloos gesprek. Alles keurig netjes in orde en zeer doelmatig ingerigt. Ik herkende naauwelijks mijne vroegere woning .

Dagboeken van dominee Huizinga 1844-1881

Dominee Jakob Dirksz Huizinga in 'De Geschiedenis van de Doopsgezinden op Texel'.

Maarten 't Hart in deel II van zijn artikel Vermaningen en vermaners van Texel, blad HV-Texel 89

Samuel Jakobsz Huizinga (1844-1899) over het huis

Huis

Maandag 1 December 1851. Nu heb ik een plattegrond van ons huis geteekend.

Dingsdag 28 September 1851. Aris Bremer heeft hier veel geverwd, de pilaren, de zolder, het stek, het beschot van het achterhùis, vijf tobbetjes, een tùrfbak, een aardappelebak, de trap, de ladder enz.

Donderdag 27 October 1853. Vandaag is Bremer bij ons geweest om de voorgevel van ons huis groen te verwen.

Dak en goot

Woensdag 8 Junij 1852. Het heeft heden nacht erg geregend, geblixemd en gedonderd, zoo dat het in ons hùis gedropen heeft.

Vrijdag 11 Junij 1852. Het heeft van nacht ook geregend zoodat wij heel nat werden.

Woensdag 4 Mei 1853. Gisteren is Jakob Teekens bij ons geweest om de goot schoon te maken, hij haalde er meteen 12 spreeuwe eitjes uit.

Maandag 6 Junij 1853. Het heeft vandaag voor het eerst den heelen dag zeer hard geregend. Klaas Smit heeft het gootgat leeg gemaakt, ook heeft hij de goot langs de pannen leeggemaakt, want hij lekte.

Voorkamer

7 Maart 1851. In de nieuwe week slaap ik in de Groote voorkamer en nu slaapt Grietje in de achterkamer.

Ik [heb] van zondag tot maandag in de voorkamer geslapen.

Zaturdag 23 April 1853. Wij zijn vandaag voor het eerst weder in de voorkamer gaan wonen.

Zaturdag 25 Junij 1853. Ook is de vloer van onze voorkamer door Aris Bremer bruin geverwd.

Donderdag 15 December 1853. Vandaag is het krubje in de voorkamer gekomen.

Dingsdag 25 April 1854. De planken die in de voorkamer en het zijkamertje gezet zijn zijn thans allen al geverwd. De kamer wordt nu ook geverwd.

Achterkamer

Dingsdag 19 April 1853. Ik heb vandaag in de achterkamer en op straat gespeeld. Het geheele huis is nù schoongemaakt.

Donderdag 21 April 1853. Wij moeten nù nog in de achterkamer blijven.

Zijkamertje

Zatùrdag 16 April 1853. Bispink heeft gisteren het zijkamertje in orde gemaakt, want daar heeft hij de schoorsteen digt gemetseld.

Woensdag 4 Mei 1853. Wij hebben in het zijkamertje gegeten.

Woensdag 13 September 1853. Ook heb ik eene rol behangselpapier gekregen. Albert Bakker heeft het geele zijkamertje al behangen en is nu bezig met het groene zijkamertje.

Studeerkamer

Maandag 23 Aùgùstùs 1852. Ik heb voor schooltijd heb ik naar het boùwen gekeken, want nù is men bezig om een niewe stùdeerkamer boven de rechter, want men was al aan het afbreken.

Dingsdag 24 Augùstùstùs 1852. De timmerlieden hebben de pilaren van ons hùis al in de grond gezet en de zolder is daar al boven.

Maandag 6 September 1852. Men zal nu morgen beginnen om de stùdeerkamer te verwen. Gisteren is Bremer (die het doen zou) hier geweest en toen heb ik bier gedronken. -

Dingsdag 7 September 1852. En toen wij weder in hùis kwamen was Bremer al aan het verwen hij zeide dat vanmiddag de knecht van zijn broer kwam om hem te helpen. Ik heb vandaag stopverw gekregen, Grietje ook. De timmerlieden hebben vandaag de stùdeerkamer af gekregen zij zijn van avond weggegaan.

Woensdag 8 September 1852. Nù is de studeerkamer vandaag klaargekomen, de gordijnen en de boeken zijn er nog niet. De stùdeerkamer is nù zeer mooij, rùim en groot.

Woensdag 6 October 1852. Er wordt nù een schoorsteen gemaakt boven de vorst van ons huis dan komt er op de stùderkamer ook een kachel.

Zondag 31 October 1852 9 - 7. Ik ben vandaag met vader boven geweest. Vader heeft gestookt, het heeft beneden zeer gerookt.

Donderdag 27 October 1853. Vandaag is Bremer bij ons geweest om de tafel op de studeerkamer te verwen.

Slapen

Maandag 5 1851. Gisteravond is Domine Stijnvordt hier geweest en toen, (om dat Domine Stijnvord hier was) moest ik in de Groote voorkamer slapen en toen het nacht was toen ik al sliep droeg vader mij (zonder dat ik het bemerkte) in het groene zijkamertje, want moeder en vader moesten nu slapen.

Donderdag 30 October 51. Vannagt het Grietje een klijn tijdje bij mij in het groene zijkamertje geslapen, maar toen moest zij weer op haar ijgen bed bij Katrina en ik sliep toen bij vader.

X februarij 1852. Laatst heeft Vlaamen [Vlaming] twee krypjes gemaakt, een in het zijkamertje en een in de voorkamer.

Ik [heb] van zondag tot maandag in de voorkamer geslapen.

Inrichting en meubels

Zatùrdag 17 April 1852. Nù is er vandaag goed van Oome Jùriaan gekregen. Ik zal ù eens een kort verslag geven van wat oom Jùriaan gestùurt heeft: een tafeltje voor de kinderen, een koperen ketel, een schrijftafeltje voor vader, een gewoon tafeltje ook voor vader, tapytten voor de kamers, een tafelblaadje, 6 stoven.

Donderdag 16 December 1852. De pendule vandaag in de voorkamer gekomen.

Maandag 20 December 1852. Onze klok heeft stilgestaan op negen uren.

Maandag 21 November 1853. Van morgen heb ik Tante naar het Oude Schild gebragt, want Tante zoude naar Westzaan. Korneles Bouse heeft ons gereden. De klokken verschillen zeer, want wij zijn om kwartier voor zes weggegaan en toen wij aan het Oude Schild kwamen was het aldaar pas zes uur, dus kwamen wij niet te laat.

Lamp

Dingsdag 20 September 1851. Nu is het avond de kaars is al op. Strakjes was de lamp verstopt en toen blaasde moeder er in en toen kreeg moeder een heele mond vol olie en toen wilde moeder het schoonmaken en toen sprong er uit alle twee kanten olie uit.

Woensdag 15 September 1852. Vader heeft de klok nù weder gelijk gezet. Wij hebben laatst een porceleinen lampje van Ponger gekocht en dat brand nù des avonds, er is een porceleinen ballon op.

Woensdag 4 October. Nu ben ik jarig, het is nu avond, de lamp is al op. Nu ben ik zeven jaar.

Vrijdag 22 October 1852. Het is nù des avonds donker als wij uit school komen, de lamp is bijna al op. Maandag komt de lamp bij Monsieùr in het school op.

10 - 6 Dingsdag 2 November 1852. Voor schooltijd heb ik mijn schoolwerk gedaan. De lamp is als wij uit het bed komen al op.

Kachel

Maandag 20 December 1852. De kachgel is vandaag warm.

Maandag 14 Mars 1853. Wij stoken nù nog in onze kagchel.

Woensdag 30 Maart 1853. Wij stoken de kagchel nù noch.

Vrydag 1 April 1853. De kachel brand nù nog fiks.

Maandag 13 November 1854. De kagchel is gisteren voor het eerst gestookt en toen zijn wij ook voor het eerst in de voorkamer gaan wonen.

Zaturdag 26 Mei. Ik en Dirk hebben de kagchelpijp uitgekrapt.

Keuken

Donderdag 9 September 1852. Nù is er vandaag een brillante mooye kookachel voor ons gekomen, dien oome Juriaan het gestuurd. [Wij] hebben twee gaten in de muur gemaakt om te proberen waar de pyp door konde, maar het was tevergeefs, het rookte in de keuken verschrikkelijk daarvan.

Maandag 13 September 1852. Het rookt vandaag zoo erg niet meer, maar vanmorgen kwamen de vlammen onder de kachel uit. Eerst konden wij met een noorden en westenwind niet stoken. Maar nù is er een draayer op de pijp van de kachel, nù kunnen wij met die winden wel stooken.

Woensdag 22 September 1852. Wij kunnen nù vier brooden tegelijk in de kookachel bakken, wij hebben vandaag een stuk trommelkoek gekregen wij hebben er al twee gebakken.

Donderdag 7 April 1853. De kagchelpijp van de keuken komt nu door de zolder, de heele schoorsteen is al weg.

Vrijdag 8 April 1853. Willem Bispink is nù nog bezig om de stenen voor de keuken te leggen: bij het doorzoeken van oùde kelder, maar hij was met zand bestopt.

Zaturdag 9 April 1853. Bispink heeft vandaag de geheele keuken opgeruimd. De kachel staat er ook al, vanmiddag hebben wij dien voor het eerst gebruikt.

13 April. Nù is de keuken geheel in orde.

Dingsdag 21 Junij 1853. Vandaag hebben Bispink en Luytzen een nieuw raam in de keuken gemaakt.

Zaturdag 25 Junij 1853. De metselaar is ook geweest om een gat in de muur van het schuurtje te slaan. Er is onlangs een niew raam in onze keuken gemaakt. Ook is de vloer van onze voorkamer door Aris Bremer Bruin geverwd.

Zaturdag 9 July 1853. Wij hebben vandaag een niewe Kookkachel uit Amsterdam gekregen.

Wassen

Maandag 18 April 1853. Wij hebben vandaag een waschtoestel gekregen van no 3; no 1 kost 27 gulden. De waschtoestellen zijn uitgevonden door J. Doedens, vroeger hadden wij ook al aue de javelle [bleekwater], soda en zeep voor dit waschtoestel gekregen.

Maandag 26 April 1853. Wij hebben vandaag het waschtoestel geprobeerd, hij beviel overheerlijk. De klederen moeten een half uur in het bleekwater staan alvorens zij gebleekt zijn.

De luif of overdekte plaats

Zondag 25 Julij 1853. Wij hebben ons ontbijt onder onder de luif bij de plaats gedaan.

Donderdag 27 October 1853. Vandaag is Bremer bij ons geweest om de pilaaren te marmeren, de tafel op de studeerkamer te verwen en de voorgevel van ons huis groen te verwen.

Vrijdag 20 Julij 1854. Het is een mooi weertjen. Wij hebben vandaag onder de pilaren gegeten.

Dingsdag 28 November 1854. Er komen nu nieuwe steenen onder de luif.

Kelder

Zondags 6 Januarij 1853. Het heeft dien geheelen tijd gedooid, zoodat vandaag zelfs van de straaten en land zeer veel sneeuw weggedooid is. Er is nu zeer veel water in de kelder.

Schuurtje

10 Maart 1851. Pieter Kalf heeft het schuurtje gewit. Aris Breemer heeft de 2 banken gevervd.

Vrijdag 22 October 1852. Het schùùrtje is van deze week opgeknapt door Klaas Smit; de tùin is nù ook opgeknapt,

Diversen

Zaturdag 25 Junij 1853. Vandaag is de timmerman er geweest om een nachthok voor de kippen en konijntjes te maken.

10 Maart 1851. Aris Breemer heeft de 2 banken gevervd.

Zondag 26 Junij 1853. Er zijn onlangs door Luitzen twee nieuwe bankjes voor ons huis gemaakt.

Woensdag 21 Julij 1853. Vandaag is er een nieuw stek bij het schuurtje gekomen.

Donderdag 22 Julij 1853. Vandaag is het stek bij het schuurtje klaargekomen.

Dingsdag 2 Augustus. A. Bremer heeft onze pilaar geverwd.

Dingsdag 28 November 1854. Gisteren is Klaas Smit te sekreet legen en nu te turven geweest.

Zaturdag 10 Maart. De pomp is nu weer open.



Terug naar de vorige bladzij