|
Weesjes van Medemblik Jan Dijker kreeg de dochtertjes van zijn overleden zuster op zijn dak, maar wilde daar van af. In het weeshuis van Medemblik wilde men ze niet hebben, daar woonden ze nog maar kort. De ouders hadden dat anders aan moeten pakken, maar die waren dood. De gemeente Texel wilde ze ook niet hebben en stuurde ze terug naar Medemblik. Vergadering 11 November 1800 Binnen gestaan Jan Pietersz Dyker wonende onder de bedryven van den Burg- kennis gevende: dat zyne Zuster Martje Pieters Dyker gehuwd geweest met zeker Vreemdeling Stoffe Hieder genaamd en aan den Hoorn voorheen woonagtig zederd eenige Jaaren en stille van daar met 'er woon vertrokken was naar Petten, en van daar naar Medemblik, alwaar zy 2 of meer Jaaren gewoond hadden, wanneer voorleden Jaar de man en in Augustus laastleden zyne Zuster in eene zeer armoedige Staat overleden was, met agterlating van 3 kinderen, twee meysjes en een jongetje - dat de Bailluw van Hoogwoud voor het jongetje had gezorgd, maar dat de Meysjes waarvan de eene 16 en het ander 9 Jaar, naar alvoorens aan het Weeshuys te Medemblik te zyn aagegeven, hem waaren toegezonden- Dat hy alzo met die Kinderen was bezwaard en benevens zyne Broeders buiten staat die tot hunne Lasten te neemen- versoekende dat 'er van wegens deeze Vergadering zo spoedig mogelyk voorsiening in geschieden- Waarover zynde gedelibereerd, en in aanmerking genomen: dat genoemde Martje Pieters Dyker en Stoffel Wielder, zonder voorkennis van de regeering deeze Eilande hebbende verlaten, en die van Medemblik alwaar zy zo lang zig met 'er woon opgehouden hadden, non Chalant zyn geweest, Acte van Indemniteit in cas van opkomende Armoede te vragen, men uit dien hoofde ook vermeend aan het onderhoud en de zorg dier Kinderen ongehouden te zyn- waaromme genoemde Kinderen met ten eerste wederom naar Medemblik zullen worden gezonden, met kennisgeving van het deswegens gesustineerde- De Missive van den Municipaliteit van Texel aan de Municipaliteit van Medemblik luid aldus Mede Burgers! Stoffel Wielder een Vreemdeling gehuwd met Martje Pieters Dijker van hier, beide tot de Roomsche Godsdienst behoorende en tot 1796 geweest zynde Inwoorderen van ons dorp den Hoorn, dog zonder onse Voorkennis of berigt te geven van hun verblyf in stilte van daar vertrokken, zyn wy onlangs eerst te weten gekomen, dat zy zy zederd 2 of 2 ½ Jaar tot Uwent gewoond hebben, en dat de Man in 1799 en de Vrouw in de Maand July laastleden aldaar met agterlating van 3 Kinderen overleden zoude weesen- mitsgaders dat 2 van die Kinderen by wil van het Gereformeerde Weeshuys als verpligt voor ouderloose Weesen, binnen Uwe Stad te zorgen waaren aangenoomen- Dan zederd 2 a 3 weeken deselve Kinderen zonder te weeten door wien of op welk fundament aan de familie alhier, welke buitens dat het meer dan te kwaad heeft van te bestaan, toegezoonden zynde, hebben die deswegens hun beklag aan ons gedaan- Op grond van het lang verblyf der overleedenen binnen Ul stad, geconfineerd door de aanneeming der Kinderen in Ul Weeshuis, hebben wy ons verpligt gevonden, dit geval te moeten aantrekken, daar nog de familie als met haaren wil, nog ook ons Eiland met deselve meer uittestaan hebben- Waaromme wy Ul die moeten toezenden, ten einde daar voor zodanig te zorgen, als vermeenen zullen te behooren- Heil & Broederschap De Municipaliteit van Texel voornoemt Ter ord. van deselve (get) WRomans Texel 26 Nov. 1800 |